Landschapselementen geïnventariseerd, ter bescherming
Voor Provinsje Fryslân, Kollege B&W + Gemeenteraadsfracties Leeuwarden, pers.
17 of 18 april jongstleden moet het geweest zijn: deputearre Hans Konst lichtte toe voor Radio Fryslân, dat het Provinciaal bestuur de landschappelijk belangrijke elementen in Fryslân had geïnventariseerd, opdat daar bij nieuwe ontwikkelingen rekening mee gehouden zal worden.
De Provinsje had al sinds jaar en dag de taak om nieuwe bestemmingsplannen op dat punt te ‘hifkjen’ en eventueel te bij te schaven. Ik had de afgelopen jaren de indruk dat die provinciale taak niet meer zo in praktijk was, maar de bekendmaking van Konst is aanleiding om enkele vragen hierover nu weer richting Tweebaksmarkt, en ook Oldehoofsterkerkhof/Raadhuisplein (en Boksumerdyk) te sturen.
In z’n algemeenheid vraag ik me al een tijd af of het landschapselement ‘vrije zichtlijn’ wel wordt meegewogen bij nieuwe ontwikkelingen. Het is bekend dat van Fryslân de weidse ruimte als karakteristiek element opvalt en gewaardeerd wordt. Toch is het duidelijk dat de afgelopen jaren zulke vrije zichtlijnen steeds vaker verdwijnen. Met name langs doorgaande wegen zou het een belangrijk aandachtspunt moeten zijn, dat daar ook zulke zichtlijnen blijven bestaan. In de ‘uithoeken’ is dat geen probleem, bij de grotere bewoningskernen komt dat in de knel als het niet duidelijk als aandachtspunt, en blijvend gewenst element, mee wordt ingepland. Het Leeuwarder wijkje Blitsaard, dat er zo tegen heug en meug moest komen, moet zo nog steeds als planningsfout worden bestempeld.
Mijn zicht stuit ook in Fryslân steeds vaker op geluidswallen, die ‘noodzakelijk’ worden bij toenemende bebouwing langs die wegen. We moeten ons hier ook bij de steden toch positief kunnen onderscheiden van de tragisch dichtslibbende Randstad.
Maar door het verhaal van Konst begon ook een sinds enkele jaren chronisch zere plek weer op te spelen. Die van de ontwikkelingen rond Goutum, door GEM De Zuidlanden. De planning van die GEM is vastgesteld in een tijd dat er voor de ontwikkeling van de woningmarkt nog heel andere verwachtingen waren dan tegenwoordig. Er is door de gemeenteraad een ‘masterplan’ (monsterplan) Zuidlanden aangenomen, en dat zal -onbegrijpelijk!- daarvoor ook de bureau’s op het Provinsjehûs hebben gepasseerd.
Sinds dat aannemen is het voor de gemeenteraad in principe zinloos om over de Zuidlanden nog een vingertje op te steken, de Hoogste Autoriteit voor de Zuidlanden zetelt aan de Boksumerdyk. (Op zich al een constructie waarvan je mag hopen dat ze in deze vorm geen navolging krijgt.) De aankondiging van deputearre Konst zal wel niet gelden voor gebieden waarvoor al masterplannen zijn aangenomen. Maar zoals gezegd, de verwachtingen voor de woningbouw zijn inmiddels wel heel anders dan waar in het masterplan van werd uitgegaan. Mogelijk is voor gemeente Leeuwarden financieel nu wel het enige perspectief om toch maar te blijven koersen op de bouw-doelen van dat masterplan.
Maar dan nog is er reden om de Zuidlanden nog eens terug te leggen bij de door Konst gemelde Provinciale aktiviteit. De Zuidlanden worden immers ontwikkeld in een gebied met landschappelijke (en cultuurhistorische) kwaliteiten zoals er in de gemeente Leeuwarden geen tweede te vinden is of was. Nieuwbouw Bilgaard heeft een terpnederzetting weggevaagd, en de ontwikkeling van Drachtsterweg en -plein en Aldlân heel byzondere delen van Huizum en Teerns.
Zuiderburen zal de inwoners van Himpens-Tearns nog steeds hartzeer bezorgen, maar was (stedebouwkundige Tjeerd Brouwer) ‘het eerste Leeuwarder uitbreidingsplan waar werd uitgegaan van het landschap’. Helaas is dat voor de Zuidlanden niet echt voortgezet. Daar zijn standaard-‘woonwensen’ als water en bos op het gebied geplakt zonder echt naar bestaande kwaliteiten te kijken. De kern daar -die als eerste is aangegrepen- behoort tot het kwelderwal-/terpenlandschap, waarde AA+. De commerciële term ‘lommerrijk’ in zo’n landschap is misplaatst, en voorlopig op niets gebaseerd.
Maar de eerder genoemde kwaliteit van weids landschap is bij ontwikkelaars en stedebouwkundigen niet in beeld. (Al die vaste wandelaars over de Hounsdyk en eerder Techumerdyk-Lykwei zijn onderontwikkeld?) Het lijkt er ook sterk op dat de plannenmakers voor het gebied op meer plaatsen bewust iets over de schreef zijn gegaan, je bent tenslotte niet voor niets hoogste autoriteit. De verschillende afgegraven terpen in het gebied zijn archeologische monumenten, maar ze worden niet echt ontzien. De nieuwe zuidelijke toegangsweg naar Leeuwarden centrum mijdt ze niet, en de geplande ‘noodzakelijke belendende representatieve’ en misschien-commerciële bebouwing botst ook helemaal met de landschappelijke waarden. De noordrand van Techumerterp is inmiddels weggevaagd. Ondanks de stagnerende bouwmarkt wordt inmiddels toch ook maar vast het gebied -nu nog voorbeeldig weids- tussen de net genoemde Hounsdyk en de Drachtsterweg aangetast.
Bijvoorbeeld in het boek De Zuidlanden van Sjoerd Cuperus, 2008, is alle informatie te vinden over de kwaliteiten van het gebied. Bijvoorbeeld de hoogtekaart op blz 12 maakt dudelijk waar het logisch kan zijn voor ‘natter’ te kiezen. In plaats van weer, zoals bij Teerns, zware klei met vrachtauto’s af te voeren voor nieuwe Wielen. Eigenlijk is/was dit hele gebied landschappelijk zo gevarieerd, dat grootschalige aanpak bij voorbaat misplaatst is.
Ik kon het niet laten om ook enkele grieven te noemen die al niet meer goed zijn te maken. Maar er zijn ook onderdelen van het ‘masterplan’ die gecorrigeerd kunnen worden zonder afbreuk te doen aan de eventuele commerciële mogelijkheden. In het zuidelijk deel van het gebied is de loop terug te vinden van het Alddjip, voor de indijking van de Middelsee een tijrivier. Misschien is er in de richting van het Wad nog wel iets te vinden dat hier op lijkt. Bij de nieuwbouw van Techum is dat byzondere Alddjip inmiddels ‘verrijkt’ met hardhouten en betonnen damwanden. Maar noord en zuid van de Wâldwei zijn nog steeds meanders van die oerrivier te vinden. Aan de noordkant is de Him, tussen Wergeasterdyk en Wurdumerfeart nog een onaangetast landschappelijk juweel. Met tussen dyk en feart de oorspronkelijke verkaveling, en nog duidelijk de erven van de oorspronkelijke drie Him-boerderijen. Dat zou onaangetast moeten blijven, met misschien een nieuw wandelpaadje langs die erven.
Een ander punt is Barrehûs, zo’n drie eeuwen woonplaats van kloosterlingen uit Burgum, die hier de omgeving mee ontwikkelden. En in die tijd ook bakermat van de- van het provinciaal bestuur, want geregelde trefplaats van de Landdagen van Oostergo en Westergo. Barrehûs heeft in het ‘masterplan’ geen directe functie, en ‘moet dus maar in een nieuw bos gezet’. Hopelijk is er aan de Tweebaksmarkt inspiratie om aan de historie en de landschappelijke kwaliteiten meer recht te doen.
De Wergeasterdyk is al lang een byzondere laan van Goutum naar het zuiden. Het masterplan zou die bij voorkeur ingepakt zien door vrijwel aaneengesloten nieuwbouwcomplexen. Voor zover die momenteel niet fictief zijn, is het toch wenselijk de Wergeasterdyk haar waarde tenminste deels te laten behouden.
Er zijn meer punten aan te geven waar de schade door het masterplan beperkt kan worden, maar ik laat het bij de genoemde. Hopelijk kan door het bij Provinsje weer verfriste beleidsdoel het land rond Goutum toch meer van z’n byzondere karakter behouden.
W.J. Tjoelker, Ljouwert; w.j.tjoelker@hetnet.nl

