Bron: Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden
Aanleiding document
Gemeenten, het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) en de Sociale Verzekerings Bank (SVB) scherpen hun controle- en fraudebeleid steeds meer aan. Het betreft niet alleen controle en onderzoek op grond van een concrete verdenking van misbruik of fraude. Er wordt ook strenger en uitgebreider gecontroleerd of de informatie die de uitkeringsgerechtigde verstrekt wel correct en volledig is.
Het UWV houdt telefonische controles onder de cliënten om daarmee de ‘controlebeleving van de klanten te verhogen’. Deze controles komen bovenop de al bestaande administratieve controles. Weigering om mee te werken aan de telefonische ondervraging betekent dat er huisbezoek kan volgen. Weigert de cliënt ook om hier aan mee te werken dan wordt deze als verdachte van fraude aangemerkt en volgt een onderzoek door bijvoorbeeld de sociale recherche. De SVB en sociale diensten gaan door met onaangekondigde huisbezoeken, ondanks de zeer kritische uitspraken van rechters. Staatssecretaris Aboutaleb heeft een wetswijziging in voorbereiding die sociale diensten meer bevoegdheden geeft voor het afleggen van onaangekondigd huisbezoek. Het lijkt er op dat het sociale zekerheidsbeleid meer en meer uitgaat van wantrouwen jegens de cliënt en overgaat tot harde maatregelen bij – vermeende – fouten of overtredingen van cliënten!
Op een themabijeenkomst op 12 september 2008 hebben vertegenwoordigers van Friese cliëntenraden WWB/Sociale Zaken en cliëntorganisaties ervaringen en meningen uitgewisseld over deze ontwikkeling. De uitkomsten van de bijeenkomst zijn verwerkt in dit visiedocument. Het visiedocument wordt toegestuurd aan de Friese gemeenteraden en colleges van B&W, de diensten Sociale Zaken, het UWV, de SVB en de cliëntorganisaties.
De cliëntenraden WWB/Sociale Zaken kunnen aan de hand van het document gevraagd of ongevraagd adviseren over het Handhavingsbeleid.
Huisbezoek
Een huisbezoek – naar aanleiding van een uitkeringsaanvraag, onvolledige of onjuiste verstrekking van gegevens of verdenking van misbruik of fraude – is een zwaar middel. Verschillende rechters hebben vastgesteld dat huisbezoek pas uitgevoerd moet worden als andere mogelijkheden voor verificatie en onderzoek zijn toegepast. We pleiten er voor dat gemeenten en uitvoeringsinstanties terughoudend zijn met het huisbezoek en daarmee de uitspraken van de rechter volgen. Belangrijke afwegingen hierbij zijn of het middel in verhouding staat tot de situatie en dat er zorgvuldigheid betracht wordt ten aanzien van de leefsfeer en privacy van de cliënt.
Een huisbezoek ten behoeve van het verkrijgen van extra informatie over de (leef)situatie van de cliënt behoort plaats te vinden in overleg met de cliënt. Het huisbezoek kan dan ook benut worden om samen met de cliënt te bekijken op welke (inkomens)voorzieningen hij/zij mogelijk recht heeft. Huisbezoek is daarmee niet alleen een instrument voor het handhavingsbeleid, maar ook een ondersteunend instrument voor de cliënt. Er is dan sprake van een wederkerig belang dat aansluit op het parool ‘de cliënt centraal’.
Onaangekondigd huisbezoek past in onze ogen alleen in een situatie waarin sprake is van concrete verdenking van misleiding, misbuik of fraude. En nadat andere onderzoeksmiddelen al zijn toegepast.
Medewerkers van de gemeenten en uitvoeringsinstanties zullen zich bij huisbezoek moeten legitimeren. Daarnaast zal een brief getoond moeten kunnen worden van het management of bestuur, waarin de reden voor het huisbezoek helder aangegeven staat. Bij het huisbezoek – op afspraak of onaangekondigd – behoort de cliënt met respect benaderd en behandeld te worden. De cliënt zal goed geïnformeerd behoren te worden over de reden van het bezoek en de verdere procedure. We stellen de gemeenten, het UWV en de SVB voor om de procedure voor het huisbezoek vast te leggen in een protocol en bovenstaande gedragsregels daarin op te nemen. Alle cliënten zouden per brief of brochure op de hoogte gesteld moeten worden van de inhoud van het protocol.
Mogelijkheid voor herstel
Het is jarenlang beleid geweest om de cliënt de mogelijkheid te bieden om fouten of nalatigheden te herstellen. Bij de aanscherping van het handhavingsbeleid is deze mogelijkheid grotendeels weggevallen en worden cliënten direct geconfronteerd met sancties. Wij vinden dat een onzorgvuldige gang van zaken. We stellen voor dat gemeenten en uitvoeringsinstanties bij vastgestelde nalatigheden – zoals verstrekking van onvolledige of onjuiste informatie en het niet nakomen van afspraken – de cliënt een waarschuwingsbrief toestuurt met het verzoek om alsnog te voldoen aan de informatie- of medewerkingplicht.
Toepassen sancties
We vragen de gemeenten en uitvoeringsinstanties om bij de toepassing van sancties de persoonlijke omstandigheden van de cliënt mee te wegen. Het korten of intrekken van de uitkering kan verstrekkende gevolgen hebben voor de kinderen, die part noch deel hebben aan de reden voor de sanctie. Bij de weging kan het gaan om de zwaarte van de sanctie of het toepassen van een financiële regeling (tijdelijke voorziening, broodnood).
Heldere en vroegtijdige informatie
De cliënt heeft recht op duidelijke en begrijpelijke informatie over – voorgenomen -maatregelen in het kader van het handhavingsbeleid. Het gebeurt regelmatig dat een cliënt pas in een laat stadium van onderzoek – vooral als sprake is van verdenking van onrechtmatigheid – op de hoogte wordt gesteld en de gelegenheid wordt geboden om de eigen visie naar voren te brengen. We pleiten er voor om een cliënt in een vroeg stadium op de hoogte te brengen van controle en onderzoek en bij hem/haar de verzamelde gegevens te checken. Dat past bij het grondrecht voor hoor en wederhoor.
Geen argwaan maar vertrouwen
De afgelopen jaren worden in het kader van het handhavingsbeleid zogenaamde risicogroepen omschreven. Cliënten die tot deze groepen behoren worden extra gecontroleerd. Wij vinden dit een verontrustende ontwikkeling. Argwaan is hier het uitgangspunt van beleid en er wordt een onderscheid gemaakt in ‘soort’ cliënten. Dat is ronduit stigmatiserend, zo niet discriminerend. De extra aandacht voor risicogroepen wordt vaak als -preventief – beleid gepresenteerd. De praktijk laat zien dat het hier gaat om het hellend vlak van veronderstelde
risico’s, die niet alleen gekoppeld worden aan groepen cliënten maar ook aan woonbuurt en hoogte van de uitkering. Dit staat haaks op het uitgangspunt van de uitkeringsregelingen dat sprake moet zijn van individuele beoordeling. We roepen de gemeenten en uitvoeringsinstanties op om het beleid – weer – te baseren op vertrouwen jegens de cliënt en afscheid te nemen van het cliëntonvriendelijke beleid dat gebaseerd lijkt op wantrouwen.
We pleiten er voor om niet meer te werken met risicoprofielen. Indien er wel mee gewerkt blijft worden dan stellen we voor om de profielen van risicogroepen, voor de vaststelling ervan, door te spreken met de eigen cliëntenraden en cliëntorganisaties.
Niet klikken
Gemeenten en uitvoeringsinstanties benutten anonieme tips als informatiebron voor het handhavingsbeleid. In de praktijk blijkt dat het merendeel van deze tips onterechte verdachtmakingen zijn. We vinden nog steeds dat anonieme klikkerij niet hoort en zeker niet gestimuleerd moet worden. Indien anonieme tips wel geaccepteerd worden dan is een zorgvuldige check op juistheid heel belangrijk. We stellen voor dat in deze situaties tips gemeld moeten worden aan een vertrouwenspersoon binnen de organisatie. Deze functionaris garandeert dat de naam van de tipgever niet bekend raakt bij de betreffende cliënt, maar dat bij gebleken onjuistheid de tipgever (alleen bekend bij de vertrouwenspersoon) daarover op de hoogte gesteld wordt. Deze aanpak zal veel tips die berusten op onzuivere motieven filteren. We vinden dat nader onderzoek gebaseerd moet zijn op meerdere tips en niet op grond van 1 individuele melding.
Leeuwarden, november 2008.
POC en FSU. VisiedocumentHandhavingnov2008/NdJ.
VISIEDOCUMENT HANDHAVINGSBELEID
Provinciaal Overleg Cliëntenraden Sociale Zaken Fryslân (POC)
Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden (FSU)
Keetwaltje 1
8921 EV Leeuwarden.
tel: 058-2139992
e-mail: fsu@fsufriesland.nl

