Pilot “Big Society”: vooral tegenslagen, maar gemeente is tevreden
(Van een raadsverslaggever)
B. en w. stuurden een brief naar de raad over de evaluatie “Pilot Big Society”. Onder deze titel startten begin januari 2013 enkele projecten in verschillende Leeuwarder wijken. Het ging om experimenten met wijkondernemerschap. Een vaag begrip. De projecten in de vijf deelnemende wijken (Bilgaard, Aldlân, Achter de Hoven, Wielenpôlle en Schepenbuurt) liepen in doelstelling en opzet sterk uiteen. Onder wijkondernemerschap blijkt heel veel te vallen. Zo veel, dat een normaal mens het spoor bijster raakt. De vergelijkbaarheid van de experimenten in deze “pilot” is daarmee gering.
Schepenbuurt en Wielenpôlle kregen veel geld, maar desondanks verbitterd
B. en w. rapporteren nu aan de raad. Met een brief en een verzameling “deel-evaluaties”. Elke wijk maakte zijn eigen evaluatie (of liever: schreef een verslag, wat nog niet hetzelfde is als een evaluatie). Achter de Hoven hield over het eigen experiment daarbovenop nog een soort symposium.
Afzonderlijk deden Wielenpôlle en Schepenbuurt datzelfde. Volgens twitterberichten van wethouders was die laatste bijeenkomst, in de Koepelkerk, een erg inspirerend gebeuren. Toch schreven, na de bijeenkomst, de organisatoren (Stichting Wielenpôlle, de Stichting Schepenbuurt en Bedrijf 79, voorheen Socversity) een bittere brief aan de raad en het college.
Met onder meer de passage: “Ondanks het groeiend draagvlak en het succes in onze wijken, is blijkbaar geen bewijs of oproep overtuigend genoeg geweest om het schimmenspel te stoppen dat zich al 3 jaar lang ten koste van ons afspeelt.”
Maar er was toch in 2014 en 2015 per jaar een bedrag van € 227.837 beschikbaar? Dat was veel meer dan de andere wijken kregen. Opzienbarend is in dit verband, dat Schepenbuurt en Wielenpôlle weigerden mee te doen aan de, ook weer afzonderlijk uitgevoerde, evaluatie door het bureau Partoer. Die evaluatie beperkte zich weer tot de opvattingen van de wijken over de rol die de gemeente speelde. Het is vreemd dat Schepenbuurt/Wielenpôlle zich botweg aan een dergelijk onderdeel konden onttrekken. Kwade tongen spreken over verwend gedrag en rupsje nooit genoeg. Hoe het zit, je komt er niet achter. In de afrondende brief van b. en w. wordt de weigering terloops vermeld. Zonder verdere toelichting of beoordeling. In een evaluatie toch een tekortkoming. De gemeente had blijkbaar geen behoefte het schimmenspel wat op te helderen.
Tevreden, maar waarom?
Kortheidshalve citeren we hier de eindconclusie van b. en w.: “Wij zijn tevreden met het verloop van de pilot. We waarderen de inzet van de wijken en hebben gedurende de pilotperiode veel van elkaar mogen leren. Het omgaan met initiatieven uit de wijken, maatwerk bieden en ruimte geven blijft een constant leerproces.“ Op de vraag, hoe b. en w. het vervolg zien, gaan zij niet in.
Zoals gezegd waren de experimenten in hun opzet al niet heel helder. De onbevredigende evaluatie draagt daarvan de sporen. Wat resteert is vermoeidheid aan alle kanten. Tegelijk wil iedereen er ook mee door. Er is tenslotte ook geld mee gemoeid. De tevredenheid van b. en w. lijkt misplaatst.
Achter de Hoven
We gebruiken als voorbeeld verder de inzichten vanuit de wijk Achter de Hoven. Centraal onderdeel was hier een Energiecoöperatie (EC). Onder de kop “Tegenslagen” noteren we hier:
– de kar wordt met te weinig mensen getrokken en het zijn daardoor steeds dezelfde mensen die actief (moeten) zijn
– de activiteiten worden te veel geassocieerd met zonnepanelen, en zonnepanelen vraagt financiële draagkracht, die een groot deel van de wijkbewoners te boven gaat
– het verschil tussen een enquête invullen en daadwerkelijk iets gaan doen blijkt in de praktijk toch erg groot
– De EC Achter de Hoven heeft geen financiële speelruimte, investeringen duren eindeloos
– gesprekken met mensen bij realiseren van projecten kosten veel tijd, lange weg. Bijvoorbeeld de gesprekken met Enexis voor onder andere het traject “Buurkracht” die uiteindelijk dan toch op niets uitlopen
– projecten staan of vallen soms met het enthousiasme van één ambtenaar. Daarbij is er sprake van tegengestelde beleidssignalen en gebrek aan meedenken
– de EC wordt te weinig geïnformeerd over en betrokken bij duurzame projecten elders in de gemeente
– gesprekken zoals het Groen Café vinden altijd in de werktijd van ambtenaren plaats en zijn daardoor slecht te bezoeken voor werkende wijkbewoners bij voorbaat
In de podiumdiscussie Achter de Hoven van 29 oktober wordt het in stellingen nog eens krachtig herhaald:
1. Wijkbewoners nemen onvoldoende deel aan de projecten en activiteiten in de wijk
2. Er is bij de uitvoering van projecten en activiteiten geen samenwerking tussen wijk en gemeente
3.De weg van initiatieven in de wijk tot uitvoering ervan is te lang
4. De wijk wordt niet vooraf geïnformeerd bij voorgenomen initiatieven en plannen van de gemeente en instellingen in de wijk.
In dit licht bezien – en de rapportages over het verloop in andere wijken sporen hiermee – is de conclusie van b. en w. “We zijn tevreden” onbegrijpelijk. Het lijkt op gek-aan-stekerij, in de richting van murwe wijkbewoners. En op zelfbedrog waar het gaat om eigen handelen van wethouders en ambtenaren.
Florijn
Een verstandige weg zou zijn: eerst maar eens een onafhankelijke, betrouwbare analyse laten uitvoeren. Wat ging hier nu allemaal mis, en is daar wat aan te doen? Wat zijn de vereiste succes-factoren voor dit soort projecten. En kan daar bij voortzetting, of oppakken van nieuwe initiatieven aan voldaan worden? Zo niet, dan doen we het zo niet weer. Werken vanuit een realistische invalshoek.
De oproep van oud-wethouder Marco Florijn bij de conferentie in de Koepelkerk, om er ongezien vooral maar weer veel geld in te pompen, is alleen verklaarbaar, als we bedenken dat Florijn inmiddels een bedrijf, werkzaam in deze vakgebieden, exploiteert.

