Lezing Ad Fahner over stadhouderlijke graven in de Grote Kerk

Foto: Theo de Witte

Zaterdag 7 maart DE STADHOUDERLIJKE GRAVEN IN DE GROTE KERK
Lezing van Ad Fahner over de Stadhouderlijke graven in de Grote Kerk van Leeuwarden. In de periode februari-mei worden de publieksruimten van het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) heringericht, zodat een aantal activiteiten op een andere locatie plaats vindt. Dit maal zijn we te gast in kosterij van de Grote Kerk.

Plaats: Grote Kerk (Bredeplaats 4). Aanvang: 14.00 uur. Toegang: gratis (maar vol is vol, dus kom op tijd). Organisatie: HCL en Grote Kerk.

***

Meer informatie over de Stadhouderlijke graven in de Grote of jacobijnerkerk:

Het koor van de kerk werd in 1588 aan de eredienst onttrokken en ingericht als grafkelder van de stadhouderlijke familie. Alle Friese stadhouders, hun gemalinnen en enkele jong gestorven kinderen zijn in deze kerk begraven. Behalve Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau; zij kreeg in 1726 te Dietz een graftombe.

Prinses Anna van Oranje-Nassau werd als eerste hier ter ruste gelegd. Zij stierf in 1588, slechts zeven maanden nadat zij met Willem Lodewijk, haar neef, in het huwelijk getreden was. Op de grafkelder liet de stadhouder een tombe van zwart marmer plaatsen, met daarop een beeld van de prinses. Toen Willem Lodewijk in 1620 overleed, werd hij volgens zijn wens bij zijn geliefde echtgenote begraven. Tegen de muur van het koor kwam een grafmonument.

In 1640 besloot het stadsbestuur de grafkelder uit te breiden. In dit verhoogde gedeelte kwamen Willem Frederik, zijn vrouw Albertina Agnes en dochtertje Sophia Hedwig te liggen. Bij de dood van Hendrik Casimir II in 1696 bleek de grafruimte alweer te klein geworden. Er werd een bovengrondse grafruimte gebouwd, versierd met gedenktekens en familiewapens en bedekt met een gewelf.

Het laatste lid van de Friese stadhouderlijke familie dat bijgezet werd, was Maria Louise van Hessen-Kassel op 13 juni 1765.

Bij de vestiging van het Franse regiem in 1795 werd de inrichting van de grafruimte door een woedende menigte radicalen verwoest. In 1842 werd de kelder opgeknapt en er werden twee nieuwe “vorstelijke” doodskisten getimmerd. In de ene werden de overblijfselen van Maria Louise gelegd. In de andere kwamen de dertien doodshoofden en andere beenderen.

In 1948, ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, werden het koor en de grafruimte gerestaureerd. Enkele latere toevoegingen hebben het authentieke karakter van dit deel van de kerk versterkt.

Grote Kerk Interieur

Privacy-instellingen

Externe media

Video’s, audiospelers, kaarten en donatieformulieren kunnen gegevens delen met de genoemde externe aanbieder. Ze worden standaard pas geladen nadat je daarvoor kiest.

Lees de privacyverklaring