Bron: Geert Dales

KONING TOT RUTTE: “IK HANDHAAF DE GRONDWET”
“Ik zweer aan de volkeren van het Koninkrijk dat ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven”, verklaarde koning Willem-Alexander op 30 april 2013 bij zijn inhuldiging in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De aanwezigheid van de regalia –kroon, rijksappel en scepter- maar vooral de hermelijnen mantel om zijn schouders gaven de woorden extra accent. Je zou haast geneigd zijn die tekst serieus te nemen, zeker gezien het deftige, hooggekwalificeerde gezelschap dat de koning omringde. Dit was geen borrelpraat.
Nu de praktijk.
In de afgelopen dagen is veel te doen geweest over de toepassing van artikel 57 van de Grondwet. Dat bepaalt dat een minister of staatssecretaris niet tevens lid kan zijn van de Tweede of Eerste Kamer. Lid 3 van dat artikel geeft één uitzonderingsgrond: een lid van het kabinet dat zijn ambt ter beschikking heeft gesteld kan tevens Kamerlid zijn “totdat over de beschikbaarstelling is beslist”. In gewoon Nederlands: ben je lid van een kabinet dat demissionair wordt en word je nadien gekozen tot Kamerlid dan mag je beide functies uitoefenen tot er een nieuw kabinet geformeerd is.

