door Ben Stegeman
Er is in het noorden een hardnekkige bestuurlijke ziekte uitgebroken: het megalomane ‘monumentencomplex’. Het recept is inmiddels even simpel als voorspelbaar. Neem een maatschappelijk warm en nobel doel (de opvang van zieke zeehonden of het waardig huisvesten van een traditionele volksclub) laat je veroveren door peperduur modernistisch staal-en-glasdesign, reken jezelf rijk met bezoekersprognoses waar zelfs Disneyland jaloers op zou zijn, en negeer elk realistisch scenario over de toekomstige exploitatie.
Het resultaat is altijd hetzelfde: een financieel wrakstuk waar de lokale gemeenschap, gedupeerde leveranciers en de belastingbetaler uiteindelijk de torenhoge rekening van mogen presenteren.
Wie de cijfers naast elkaar legt, ziet hoe stuitend identiek deze noordelijke blunders zijn. De totale kosten van het splinternieuwe Werelderfgoedcentrum Waddenzee (WEC) in Lauwersoog liepen op tot bijna 44 miljoen euro. Daarmee waren de kosten bijna exact hetzelfde als de beruchte schuld- en kostenberg van zo’n 45 miljoen euro rondom de realisatie van het nieuwe Kooi Stadion van SC Cambuur.
Zowel in Lauwersoog als in Leeuwarden liepen de bestuurders met een enorme berg boter op het hoofd. Onder het wapperende mom van regionalisme, clubliefde of het beschermen van ons werelderfgoed lieten zij de begrotingen gierend uit de hand lopen. Ramingen werden keer op keer opgerekt, omdat politieke wensdromen steevast werden verward met een waterdichte en sluitende businesscase.
Nog geen jaar na de feestelijke opening en de ontvangst van de honderdduizendste bezoeker van het WEC (een getal dat mijlenver achterblijft bij de hoogspanningsprognoses) staat het water het centrum al tot de lippen. De rekeningen blijven onbetaald, lokale aannemers wachten op hun zuurverdiende geld, en de continuïteit staat op het spel. Precies zoals de verstikkende hypotheek en de drukkende vaste lasten op het Cambuur-stadion de club voortdurend op de rand van de afgrond balanceren.
Het echte schandaal: Bestuurlijke straffeloosheid
Maar het meest stuitende aspect van deze financiële fiasco’s is niet eens de miscalculatie zelf. Bouwen is immers vooruitzien, en tegenslagen kunnen optreden. Het echte schandaal zit in de volstrekte afwezigheid van persoonlijke en politieke verantwoordelijkheid.
Wanneer een ondernemer in de regio een dergelijk financieel wanbeleid zou voeren, door miljoenen euro’s aan schuld te accumuleren en leveranciers in de kou te laten staan, volgt onherroepelijk de persoonlijke ondergang en een directe gang naar de curator. Niet zo bij de publiek-private bestuurders, commissarissen en projectwethouders die deze hoofdpijndossiers hebben opgetuigd.
Zodra de bom barst en de rode cijfers niet meer te verdoezelen zijn, betreden deze bestuurders een vertrouwd vluchtroutepad. Ze verschuilen zich achter adviezen van inhuurkrachten, leggen de schuld bij ‘onvoorziene marktomstandigheden’, corona of de oorlog in Oekraïne, en leren elkaar de retoriek van de ‘maatschappelijke noodzaak’. En als de druk echt te hoog oploopt? Dan verdwijnen ze geruisloos via de achterdeur. Vaak net op tijd, met een dik gevulde schadeloosstelling of een riante wachtgeldregeling op zak, om elders doodleuk weer een nieuwe commissariaten- of bestuurspost te ambiëren. Consequenties? Die zijn er simpelweg niet. Het politieke zelfreinigende vermogen blijkt even hol als de begrotingen waarmee het project ooit begon.
Het mechanisme achter beide hoofdpijndossiers is gebaseerd op ‘wegduik-politiek’: men durft de stekker er tijdens het proces niet uit te trekken omdat het toegeven van een mislukking politieke zelfmoord zou betekenen. Dus pompt men er met knikkende knieën via gemeentelijke leningen, provinciale garanties en extra fondsen maar wat miljoenen achteraan. De angst voor gezichtsverlies van het bestuur weegt zwaarder dan de financiële gezondheid van de regio.
Zeehonden eten echter geen gebakken lucht, en voetbalsupporters of toeristen betalen de structurele tekorten van een overgedimensioneerd bouwwerk niet met mooi geformuleerde visiestukken.
Het wordt de hoogste tijd dat we ophouden met het goedpraten van bestuurlijk amateurisme. Wie miljoenen publieke en geleende euro’s verbrast aan megalomane tempels om het eigen ego te strelen, moet daar persoonlijk op worden afgerekend. Zolang bestuurders ongehinderd via de achterdeur kunnen weglopen terwijl de regio met de brokken achterblijft, blijft er van onze regio straks weinig meer over dan een verzameling prachtige, blinkende panden waar de curator al lang het licht heeft uitgedaan.

