Bron: Statenfractie Friese Koers
De Statenfractie Friese Koers wil dat provincie Fryslân Kunstzone opent in het provinciehuis.
Fractievoorzitter Jelle Hiemstra: “ Het is een geweldige kans voor onze provincie om de cultuursector een enorm impuls te geven en het past fantastisch in het concept van de CH2018 Leeuwarden. De RABO Kunstzone te Utrecht, die overigens helaas per 20 september haar deuren sluit, kan hierbij als voorbeeld dienen.
De Kunstzone concept bestaat uit een dynamische plek waar ambitie, inspiratie, creativiteit, schoonheid, ontmoetingen en samenwerken samen komen dus het is geen museum. Het kan gesitueerd worden in de lege ruimtes van provinciehuis te Leeuwarden.
Jaarlijks kunnen er in het provinciehuis 2 tentoonstellingen worden gepresenteerd worden. Je kunt denken aan een solokunstenaar die deze ruimte gebruikt voor het presenteren van zijn of haar collectie en tevens wordt aangespoord om nieuw werk te maken in de provinciale ruimte. Hiermee kan de provincie Fryslân talentontwikkeling stimuleren en als eerste de primeur om het werk als eerste te tonen. Daarnaast kun je een thema als tentoonstelling gebruiken voor een bepaalde collectie.
De provincie Fryslân kan met dit concept Kunstzone vele bezoekers naar zich toetrekken en dus verwachten. In Rabobank Utrecht kwamen er jaarlijks 20.000 bezoeken voor de Kunstzone.
Er zij vele doelgroepen welke kunstzone zullen gaan bezoeken en hierbij noem ik dan enkelen: bezoekers van provinciehuis, scholen in het voorgezet onderwijs, studenten, bewoners van Leeuwarden, relaties, ondernemers en werknemers van het provinciehuis en natuurlijk niet te vergeten onze toerist.
De provincie kan uit bestaande budgetten financieel bijdragen, onder andere uit de potten van Workje for Fryslân, CH2018 en Toerisme.
Kunstzone kan uitgroeien tot een zinderende ontmoetingsplek, een kloppenhart Kunsthart van het Noorden waar steeds wat nieuws en interessant te beleven is”, aldus fractievoorzitter Jelle Hiemstra.
Inmiddels heeft de Statenfractie Friese Koers schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Janne-Wietske de Vries.

