Het Joods Monument. Het blijft tobben met de omgang ermee. Al vaker spraken mensen van een respectloze bejegening, als het gedenkteken weer eens werd benut als achtergrond voor bruidsreportage’s, of als er rijen fietsenrekken tegen de klaagmuur werden geplaatst, of als stellage diende voor allerlei bouwmateriaal, of wanneer de herdenkings- en bezinningsruimte (zoals afgelopen vrijdag nog weer, bij het bezoek van de koning aan de Grote Kerk) ‘gewoon’ als parkeerterrein fungeert en/of over grote delen van de dag in gebruik is als verrommeld speel- en schoolterrein.
En ook maandagavond was het raak. De Avondvierdaagse. Zonder kennelijk enig besef over het hoe en het wat van het Monument, de plek, vindt de organisatie het geen punt de klaagmuur in te zetten als uitgifteloket voor limonade, als vuilniszakhouder.
Wie haalt zoiets in zijn hoofd, wie voert dat plan uit? De verzuchting dient opnieuw en waarschijnlijk niet voor het laatst geslaakt te worden.
Het enige wat rest is plaatsvervangende schaamte, richting al diegenen die jegens het Joods Monument, ondanks de geplaatste informatie- en tekstborden en wellicht onbedoeld, maar desondanks, niet de achtzaamheid weten op te brengen die dit bijzondere waarmerk toekomt, zo ook onrecht doen aan de verbeelde gedachtenis aan een gruwelijke geschiedenis.
De vraag dringt zich onontkoombaar op of deze stad, de bevolking daarvan, dit Monument op deze manier nog wel ‘verdient’. Het antwoord? Pijnlijk.
Gemeentebestuur, doe iets aan de situatie, kijk of de ruimte niet beter, aansprekender kan worden ingericht en opgeknapt. Zo ook de onwetenden onder ons nadrukkelijker zal weten aan te zetten tot een gepaster verkeren ermee. Want niet alles van waarde behoeft weerloos te blijven.
Tjerk de Haan

