Bron: Kees van Anken
In onze achtertuin is het Leeuwarder festivalseizoen van start gegaan. Langs de randen van het Groene Ster gebied zijn borden verschenen die het allemaal aankondigen: Promised land, Welcome to the Village, Psy-Fi. Het opbouwen en afbreken van die festivals kost tijd met als gevolg dat een deel van de Groene Ster de halve zomervakantie gesloten is en dat is jammer voor de recreanten die verkoeling en ander vermaak zoeken.
Festivals markeren de zomer en ik lust er wel pap van. Ik ben een geregelde Oerolganger, meng me hier en daar in het feestgedruis op de pleinen, sta met oordoppen in de decibellen bij de podia te consumeren en heb dit jaar zelfs Pinkpop bezocht.
Met de festivals beginnen ook weer de protesten en de procedures. Waar de één geniet, ergert de ander zich suf. Of het nu de festivals of de andere recreatieve activiteiten zijn, sommige mensen zijn van mening dat mens en natuur er onder lijden en gaan in verzet. De actiegroep Groene Ster Duurzaam laat geen middel onbeproefd om het festivalgeweld te weren. Rechters en advocaten hebben er de handen vol aan. Je zou het geld en de moeite die er mee gepaard gaan liever aan andere zaken besteed zien. De gemeente blundert intussen vrolijk voort. Verordeningen en bestemmingsplannen zijn nog steeds niet op orde en er is geen duidelijkheid over wat wel en niet mag.
Het Groene Ster gebied is eigenlijk het Central Park van Leeuwarden. Het ligt weliswaar buiten de bebouwing, maar het is het grootste recreatiepark van de stad. Vandaar dat het ook druk bevolkt is met joggers, wandelaars, hondenuitlaters en badgasten. Het is geen natuurgebied, maar op de tekentafel bedacht. Alle bomen en struiken zijn gepland en elke waterplas is gegraven of uitgebaggerd. Het nieuwste gebied (ook al weer een paar jaar oud) bij de Vijversburg is wat dat betreft helemaal het summum. Het oude statige park en dito landhuis hebben nu een glazen wand, een grote stalen boomhut, een merkwaardig stervomig wandelgebied met blikkerende ornamenten en een aantal aangelegde heuvels die beplant zijn door Piet Ouddolf. Ik doe het geheel (en de ontwerpers) hiermee ernstig tekort, maar ik wil maar zeggen dat er weinig te vinden is dat er ‘natuurlijk’ is ontstaan. Daar is niks mis mee: het laat zien dat natuurlijke elementen zich goed laten mengen met alle mogelijke andere attributen en materialen.
Met festiviteiten in bossen en parken is het niet anders. Plaats een podium langs het water, nodig kunstenaars, dansers en muzikanten uit en de natuurlijke omgeving doet de rest. Het levert heel veel mensen een onvergetelijke ervaring op.
Ik hou van co-existentie, het naast en met elkaar leven van van alles en nog wat. Van muziekstijlen die mengen, van staal tegen oude gevels, van culturen door elkaar en jong en oud in één ruimte. Soms is het park het podium en dan het rustgebied. Meestal fluiten er vogels en een paar weken per jaar wordt dat overstemd door hip-hop, metal, ambient, klassiek of recht-toe-recht-aan pop. Alles beter dan de oefendagen van de vliegbasis. Dat wat wij natuur noemen trekt zich van al die herrie en drukte weinig aan. Als de rotzooi weer is opgeruimd en het publiek vertrokken neemt zij haar plek weer in.
Kees van Anken

