Bron: Wietse Elzinga
Koersvast op rampkoers
Een provincie besturen valt nog niet mee. Besturen veronderstelt een idee van richting en de capaciteit om afwijkingen van de koers te kunnen corrigeren. Het uitvoeringsprogramma van Gedeputeerde Staten van Friesland heeft niet zonder reden de titel “Koersvast op rampkoers”, of iets wat erop lijkt. Hoewel hier en daar het begrip kenniseconomie wordt genoemd weten bestuurders en beleidsmakers amper welke kennis en vaardigheden er nodig zijn om er eentje te krijgen. De aanleg van een stukje weg, de Centrale As leidend van niets naar nergens, verloopt al problematisch, niet verbazingwekkend verloopt een project op het gebied van zachte infrastructuur als Culturele Hoofdstad 2018 nog moeizamer.
Er was eens een tijd dat de aanleg van harde infrastructuur als gewone, spoor- en vaarwegen tot welvaart en werkgelegenheid leidde. In hedendaags management bargoens zou je dat een ‘enabler’ noemen, zonder die infrastructuur geen handel. Vervolgens kreeg je een periode die tot op de dag van vandaag voortduurt dat bestuurders en beleidsmakers denken dat nog meer wegen tot nog meer welvaart en werkgelegenheid leiden. Het zijn nu eenmaal simpele zielen die weliswaar sinds kort dromen van een regionale kenniseconomie maar daar geen kennis van hebben. Een tijdje terug ging de Leeuwarder Courant vergezeld van een commerciële bijlage waarin een oud-gedeputeerde het Friese provinciebestuur opriep de vleespotten van Egypte te openen, lees: ga de Nuon-gelden eens aanwenden. Commissaris van de Koningin Jorritsma liet in zijn nieuwjaarstoespraak weten dat het provinciebestuur gaat nadenken over een zinvolle aanwending van dat geld. Ik zou zeggen: neem vooral de tijd en wacht even het definitieve bidbook voor en de uitslag van Culturele Hoofdstad 2018 af.
Op meer harde infrastructuur zitten we niet te wachten, zachte infrastructuur gebaseerd op kennis en vaardigheden kosten lang niet altijd veel geld maar wel tijd. Afgaand op berichtgeving in de media, ik heb het juryrapport over de kandidaatstelling van Leeuwarden aan de race om de titel Culturele Hoofdstad 2018 van Europa nog niet gelezen, ontbeert het bidbook nog projecten met een hoog C(ultuur) gehalte en overtuigt de projectorganisatie vooralsnog niet. Het grappige is dat onze lokale cultuurpaus Huub Mous dat ook al zei voorafgaand aan de kandidaatstelling, maar hij werd vooral gezien als een vervelende zeurpiet die andermans feestje kwam bederven. Een veeg teken dat de regionale ‘mienskip’ nog niet goed raad weet met gefundeerde argumenten voor een bepaald, eventueel afwijkend standpunt.
Tegenstanders van het project Culturele Hoofdstad 2018 (CH 2018) zullen het vermoedelijk heel anders zien, maar mijn stelling luidt: meer harde infrastructuur heeft geen perspectief, het project CH 2018 is een geschikt instrument om zwakke plekken in de zachte infrastructuur bloot te leggen. Nuon-gelden aanwenden voor gewone, spoor- of vaarwegen en gebouwen is koersvast aansturen op rampbeleid.

