De klikbrief van de scholenkoepels aan het ministerie over de ambities van het Tjalling Koopmans Collega in Hurdegaryp is een zwaktebod.
Onderwijs-innovaties wordt geen kans gegeven noch gestimuleerd, liever trekken PiterJelles, Comenius en Liudger zich terug in hun loopgraven. Door krampachtig vast te houden aan de door het ministerie vastgestelde richtlijnen en procedures over vestigingseisen voor andersoortig onderwijs, hoopt men haar marktpositie op een niet marktgerichte manier te behouden.
Dat er al 3 scholen zijn die binnen een straal van tig km ook al havo onderwijs bieden, is voor de koepels te veel concurrentie. Dit terwijl ons hele maatschappij op concurrentie is gebaseerd.
Gelukkig maar. Anders zouden we 10 km moeten fietsen voor een brood van € 5,– of hebben we grote wachtrijen bij de dan enige supermarkt in de stad. Innovatie en planeconomie gaan nu eenmaal moeilijk samen.
Als de schoolkoepels in staat zouden zijn tot enige zelfreflectie, ontwikkelen ze misschien antwoorden op vragen als waarom steeds meer kinderen zich niet thuis voelen in het reguliere onderwijs, leerkrachten veel ziek zijn en lessen vaak uitvallen, er klassen van 30 leerlingen moeten zijn, leerlingen niet worden uitgedaagd en zich vooral vervelen op school?
Innovatie komt ook in veel andere bedrijfstakken niet van binnenuit. De cultuur, historie en grootte voorkomt dat tankers of apparatski van koers kunnen veranderen.
Daarvoor heb je juist nieuwkomers nodig. Deze bedenken iets, waardoor er maar 16 leerlingen in de klas zitten, er geen huiswerk hoeft te worden gemaakt, leerlingen 1 dag in de week vrij zijn, er 2 weken per jaar een taalreis naar het buitenland wordt gemaakt, er toch meer contacturen zijn met de leerlingen, ICT dienend is aan het onderwijsproces en niet leidend. Dit alles zonder extra geld van de overheid.
Dat dit soort bloemen toch opkomen in deze onvruchtbare bodem is bijzonder en zou men moeten koesteren. Zelfs als bestuursvoorzitter van zo’n grote schoolkoepel zou je toch vooral bezig moeten zijn met de kwaliteit van het onderwijs en niet teveel met de kwantiteit.
Dat laatste is op termijn toch een gevolg van het eerste, maar is door gebrek aan innovatie en concurrentie in het onderwijs geen zelfcorrigerend mechanisme meer. Je vasthouden aan de kaders van een centraal geleid stelstel zal op de lange termijn niet lonen. Voer geen achterhoede gevechten. Ook de muur is uiteindelijk gevallen. Laat alle bloemen toch bloeien.
Kees Mourits
Tevreden ouder TKC

