Hollands licht in de kop van Overijssel, is het nieuwste fotoboek van de Leeuwarder fotograaf Theo de Witte. Liwwadders.nl sprak met de fotograaf in de winkel van boekhandel Van der Velde.
‘Natuurlijk licht is mijn ding. Hoe zoiets ontstaat?’ Theo de Witte is afkomstig uit de ‘reclame’. In 1970 was het driemanschap Theo de Witte, Herman Weda en Edu Jörns verantwoordelijk voor vele succesvolle reclamecampagnes. ‘We startten aan de Noorderweg en gingen later via de Oosterkade naar de Oostersingel. Ik was art director, had een opleiding gevolgd aan de kunstacademie Vredeman de Vries. Je bedenkt campagnes en schakelt hiervoor fotografen in. Marin Rijpstra was een van die fotografen, zelf waagde ik mij niet aan productfotografie. Dat is een specialisme. Ik moet het natuurlijk licht vangen. Soms kwam ik na mijn werk buiten en zag dat ik een mooie dag had gemist.’
Na negentien jaar bij Weda – het bureau is nog altijd actief onder die naam; zoon Timo Weda is er nu directeur – vestigde De Witte zich als zelfstandig fotograaf in de Pelikaanstraat. ‘Ik wilde een eigen bureau en dat lukte met klanten als Friesland Coberco, de Leeuwarder Courant en ABN/AMRO.’ Later werd dit bureau verkocht aan reclameman Gerben Okkinga in Bolsward. ‘Dik twee jaar heb ik daar nog voor Okkinga gewerkt.’
‘Hollands licht is bijzonder. Schilders als Turner en Monet bezochten ons land voor het licht’
De Leeuwarder fotograaf, met een buitenhuisje tussen Ossenzijl en Kalenberg in de kop van Overijssel, alleen per boot te bereiken, voelde zich nu vrij om zaken aan te pakken waar zijn hart ligt. Compromisloos beelden vangen op het juiste moment. Een romanticus. De Witte zal het niet ontkennen. Wie zijn nieuwste uitgave – 2500 exemplaren in eigen beheer uitgegeven – bekijkt, leest het geduld van de pagina’s af. De fotograaf ontwikkelde zich ook tot weerman om het juiste licht te vangen. ‘Hollands licht is bijzonder. Schilders als Turner en Monet bezochten ons land voor het licht. Hoezo? Het heeft te maken met de ligging van ons land, de luchtvochtigheid en het lage licht. Dat laatste ontstaat omdat we geen bergen hebben.’
‘Je bedenkt iets in je hoofd, maar dat kan zich nog wel tien keer wijzigen.’ Zes jaar lang werkte De Witte aan Hollands licht in de kop van Overijssel. ‘Eerst keek ik naar de weersverwachting.’ Op veel foto’s zette De Witte zijn Nikon DX op het juiste moment in stelling. ‘Je moet af en toe wat geluk hebben.’ Heel soms is er een trucje uitgehaald. ‘Maar er is geen foto bewerkt, niet anders dan wat fotografen in het verleden altijd deden: de lucht in de donkere kamer een beetje doordrukken.’
‘Je moet af en toe wat geluk hebben.’
Het boek toont een aaneenschakeling van bijzondere foto’s. Geen stillevens, maar kleine acties. ‘Er moet van mij (bijna) altijd een persoon op staan.’ De fotograaf klom in de uitkijktoren bij Steenwijk, de kerktoren van Sint Jansklooster, stond op een ladder bij een brug in Dwarsgracht (won er een fotoprijs mee in Londen) en pakte herten, vissen en vogels in zijn jachtgebied. En de muggen in de Weerribben, waar zijn die? ‘Die muggen zijn inderdaad een probleem in dit gebied, maar een tijdelijk probleem. Tot de gele lis is uitgebloeid heb je er last van. Dat is ongeveer tot de langste dag. De naam van het gehucht Muggenbeet is niet voor niets ontstaan.’
Inmiddels werkt Theo de Witte aan een nieuw project: een boek voor Leeuwarden 2018. ‘Ik moet nu een foto maken in het Eysingahuis aan de Turfmarkt. Daar zet ik restauratieschilder Jilt Heidstra met zijn broodtrommeltje op de foto. Ik moet nu weg want het weer is perfect. Het zonlicht pakt Heidstra straks om precies half twaalf door de luiken van het historische gebouw.’

