Hoe gaat het met Omrop Fryslân? – Er is heel wat meer nodig om de Omrop onmisbaar te maken in het huidige en toekomstige mediabestel

Omroep Friesland en subsidie
© Keimp

door Piet Hemminga

Hoe gaat het met Omrop Fryslân?

Omrop Fryslân is in Fryslân niet de minst belangrijke publieke organisatie. Althans: dat zou zo
moeten zijn. Maar is dat ook zo? En hoe ziet de toekomst voor de regionale omroep er eigenlijk
uit? Is er nog wel perspectief voor het medium dat in de stortvloed van aanbieders zoekende is?
Geeft het verslag dat de Omrop over 2023 heeft uitgebracht de meelevende kijker of luisteraar
hoop voor de toekomst van de tachtigjarige?

Het belang van de Omrop wordt duidelijk wanneer de overheidssteun voor de club aan de Leeuwarder
Zuiderkruisweg wordt vergeleken met die voor andere in Fryslân gesubsidieerde en werkzame organisaties. Zo toucheert de Omrop iedere maand ruim een miljoen euro aan overheidssubsidie. En dat is ongeveer tweemaal het bedrag dat Tresoar aan overheidssteun krijgt, vier keer de subsidie voor zowel Afûk als de Fryske Akademy, vijfmaal de subsidie die schouwburg De Harmonie krijgt en tienmaal het bedrag dat de overheid maandelijks aan Landschapsbeheer Friesland overmaakt. Het gaat anders gezegd om meer dan klein bier. De Omrop is, in ieder geval als het om overheidssteun gaat, een gewichtige publieke organisatie.

Tjits Floch

Het financiële gewicht van de Omrop mag duidelijk zijn, maar hoe gaat het in andere opzichten met de radio- en tv-maker?
Volgens het laatstverschenen jaarverslag van de Omrop is er hard gewerkt aan een nieuwe werkwijze.
‘We wolle minder dwaande wêze mei agindasjoernalistyk, mear eigen ferhalen bringe mei nijsgjirrige oare perspektiven, út de roasters en de formats. En boppe al: online is ús earste kanaal.’ ‘Oare perspektiven’ is wel een heel mistige omschrijving. Wat betekent zoiets? En ‘út de roasters en de formats’ is volstrekt abacadabra. Is Tjits Floch mogelijk het voorlopige en moeilijk te overtreffen hoogtepunt van de nieuwe benadering?

Tegenspraak bevordert scherpte

Neemt niet weg dat de Omrop een keuze heeft gemaakt. De radio- en tv-uitzendingen komen voortaan op de tweede of derde plek. De aanwezigheid op Facebook, Instagram, YT, TikTok, X of de eigen website is vanaf nu belangrijker. Dat lijkt met het oog op de toekomst een begrijpelijke keuze, weliswaar niet zonder het gevaar dat kwaad ‘geld’ goed ‘geld’ verdrijft. In ieder geval zal de gekozen afslag niet zonder gevolgen blijven voor programma’s, financiën en interne organisatie. Zelf hoop ik dat de voorrang voor online niet betekent dat de aandacht vooral naar Broeksterwâldster armoe of langskomende politieberichten uitgaat. Voor berichtjes over samen een ijsje eten, een auto in de sloot of een keukenbrandje is echt geen regionale omroep en zeker geen twaalf miljoen euro aan belastinggeld nodig. In het bestaan van de Omrop is de discussie over zware of lichte programmering nooit ver weggeweest. Ik kan mij dan ook voorstellen dat de neuzen van de Omroppers, zoals het jaarverslag 2023 laat weten, nog steeds niet één kant op staan. En daar lijkt mij niets mis mee. Een beetje tegenspraak op de werkvloer bevordert de scherpte die de Omrop meer dan nodig heeft. Wat zeggen de Freonen fan Omrop Fryslân? Zijn die nu allemaal op Insta te vinden?

Praatsessys

Eigenaardig genoeg lijkt de Omrop het maar moeilijk te hebben met de verschillende standpunten op de Leeuwarder Hemrik, want ‘met een intensief traject van intervisie en besprekingen, ruimte geven voor gevoelens van verlies en soms tijd zijn werk laten doen, zijn er uiteindelijk mooie stappen gezet’.
En er ‘hawwe hiel wat praatsessys west en dat giet noch hieltyd troch.’ Er wordt niet duidelijk gemaakt welke mooie stappen gezet zijn en hoeveel tijd en geld door en voor wie aan dit alles is en wordt besteed. Zodoende weten we ook niet of de helpende hand van ervaringsdeskundige Sophie
Hilbrand nog is gevraagd. Het zou zo maar kunnen en dankzij een flinke subsidiëring zijn mooie stappen vast en zeker mogelijk.

Het kijk- en luisteronderzoek doet niets met de regionale uitzendingen, maar voor de Omrop is het bereik, al is het maar met het oog op subsidiënten en reclametarieven, belangrijk. Volgens eigen zeggen heeft de Omrop 81 procent van de Friezen in 2023 bereikt. Een jaar eerder was dat 80 procent.
In doorsnee kijken op jaarbasis 73 procent van de Friezen naar de televisieprogramma’s van de Omrop.
En het jaarbereik online is gemiddeld 54 procent van de Friezen. Een jaar eerder was dat nog 53 procent. ‘De groei [?] zit hem met name in de online activiteiten. En daar zetten we in de toekomst ook op in, met behoud op [sic] onze traditionele kanalen.’ Begrijp ik het goed? Is bij gelijkblijvende middelen meer van het ene, dan toch niet minder van het andere? Hoe zit dat eigenlijk met de
‘gevoelens van verlies’? Die heeft eenieder toch?

Waarom geeft directeur Houkje Rijpstra ons niet de data?

Gemiddelde percentages zeggen overigens amper iets. Dat verandert eerst met cijfers per programma of medium over duur en spreiding in tijd en de samenstelling van het kijk- en luisterpubliek. Waarom geeft directeur Houkje Rijpstra ons niet de data op grond waarvan, zo laat zij weten, per kanaal en doelgroep een specifieke aanpak ontwikkeld wordt? Nu blijven de kijk- en luistercijfers een magisch geheim. Gelukkig laat Houkje ons wel weten dat de kijkende, luisterende en belastingbetalende
Friezen het aanbod met maar liefst een 7,6 waarderen. Dat is echter evenzeer een nietszeggend gemiddelde dat in veel tevredenheidsonderzoeken als statistische fopspeen opduikt. De Omrop ziet verder nog een heleboel verbeterpunten, waarvan akte! Om welke verbeterpunten het gaat blijft verder onbesproken.

Mijn respect en waardering voor het dagelijks verschijnende Friesch Dagblad wordt
er alleen maar groter door

De Omrop heeft volgens het jaarverslag 136 werknemers en op de website tel ik maar liefst bijna zeventig redacteuren. Dat is niet gering. Zulke getallen verbazen mij als kijker en luisteraar. Mijn respect en waardering voor het dankzij elf redacteuren dagelijks verschijnende Friesch Dagblad wordt er alleen maar groter door. Ik kan mij voorstellen dat op de Dagblad-burelen soms met enige afgunst naar de Omrop wordt gekeken. Doch zou het beter zijn dat omgekeerd de Omrop wat meer naar het Friesch
Dagblad kijkt. Best leerzaam voor een organisatie die niet moet opkijken binnenkort wat minder subsidie overgemaakt te krijgen. Op dit moment is de Omrop echter nog heel content met de ruim
2300 uur televisie en 8700 uur radio die, zoals het jaarverslag laat weten, in 2023 zijn geproduceerd.
Dat is zelfs een beetje al te mooi, nu er niet bij wordt gezegd dat het daarbij om alle uren in de lucht gaat, inclusief alle herhalingen, door derden geproduceerde programma’s en alle non-stopmuziekprogramma’s.

Er wordt ook niet verteld hoe de online-activiteiten op dit punt scoren. Dat er ondanks de duizenden uren televisie en radio meer met minder kan en moet, lijkt mij duidelijk.

Taalniveau is een hardleers verbeterpunt

De Omroppers gebruiken het Fries als eerste taal, zo zegt de Omrop. Jammer genoeg lukt dat niet eenieder even goed. Er daagt nu echter hoop, want er lopen ‘meerdere interne trajecten, meestal maatwerk, om het taalniveau van de eigen medewerkers te verbeteren.’ Misschien praat- en taalsessies? Het gaat trouwens om een hardleers verbeterpunt. Het taalniveau is al vele jaren een reden voor aanmerkelijke en terechte kritiek op de Omrop. Dat geldt voor zowel het geschreven en gesproken Fries, zowel min Frysk als hyperfries, als ook voor de irritante Gooise en keel-r die sinds kort onder Omroppers de kop opsteken. Gelukkigerwijs is weervrouw Tjitske Wiebenga voor zowel het weer als haar Fries een regelrechte aanwinst.

Er is heel wat meer nodig om de Omrop onmisbaar te maken in het
huidige en toekomstige mediabestel.

De jaarstukken van Omrop Fryslân stralen net iets te veel tevredenheid over de eigen prestaties uit, maar wat wil men? Zo’n verslag wordt uiteraard geschreven om de miljoenensubsidie te rechtvaardigen en niet om kijkers of luisteraars achteraf te overtuigen. En naast de tevredenheid wordt gelukkig ook duidelijk gemaakt dat de Omrop vooruit wil om in het sterk veranderende medialandschap een rol te blijven spelen. De voorzichtige koerswijziging is in dit opzicht een eerste stapje, maar er zal meer moeten gebeuren. Veel meer. De broodnodige ambitie wordt niet echt verder geholpen door modieus geneuzel over het willen verbinden door grote, kleine, serieuze en ontspannende verhalen te vertellen. Er is heel wat meer nodig om de Omrop onmisbaar te maken in het huidige en toekomstige mediabestel. De Omrop merkt het zelf niet op, maar het is hoogst alarmerend dat anno 2024 voor kijker en luisteraar in Fryslân de urgentie ontbreekt om voor de Omrop te kiezen.
En dat moet werkelijk snel anders wil Omrop Fryslân zijn geld waard zijn en in de toekomst zijn plaats als multimediale producent in Fryslân waarmaken.

Privacy-instellingen

Externe media

Video’s, audiospelers, kaarten en donatieformulieren kunnen gegevens delen met de genoemde externe aanbieder. Ze worden standaard pas geladen nadat je daarvoor kiest.

Lees de privacyverklaring