De Kahlmann-kramp: Waarom de censuurclown het theater vermoordt

door Ben Stegeman

Vroeger had je in het theater een heel simpel, doch doeltreffend mechanisme: de ‘uitknop’. Die zat niet op het podium en ook niet in de meterkast van de directeur, maar in de benen van het publiek. Vond je een cabaretier een hork? Dan liep je halverwege de pauze naar de bar en kwam je simpelweg niet meer terug. Vond je de grappen smakeloos, de timing belabberd of de toon verwerpelijk? Dan lachte je niet. Dat heette volwassenheid. Je kocht een kaartje, nam een artistiek risico, en soms verloor je een paar tientjes en een avond van je leven. Zo werkte de markt van de vrije geest.

Maar we schrijven 2026, en de theaterprogrammeur heeft zichzelf een nieuwe, ongevraagde rol aangemeten: die van de morele oppas. Neem theater De Bres in Leeuwarden of Nieuw Geesterhage in Castricum. Daar is de artistieke vrijheid gesneuveld in de loopgravenoorlog van de ‘boze mail’. Zodra er drie professioneel verontwaardigde inbox-strijders op de verzendknop drukken, schieten de theaterdirecteuren in een kramp. “Wij werken niet mee aan haatdragende optredens,” klinkt het dan plechtig, terwijl ze de bezem door hun speelschema halen. De deuren gaan op slot, de lichten gaan uit, en de moralistische borstklopperij kan beginnen.

Laten we even heel duidelijk zijn: ik ben zelf absoluut geen fan van Rogier Kahlmann. Zijn stijl is me vaak te lomp, de grappen te makkelijk en het is simpelweg niet mijn kopje thee. Maar mijn persoonlijke smaak, of die van een overgevoelige programmeur, zou er in deze discussie totaal niet toe moeten doen. Het gaat namelijk om het principe dat we schijnen te vergeten: de allerbeste humor móét schuren. Humor is de slijpsteen van de geest; het is de enige plek in de samenleving waar we de randen van het fatsoen mogen opzoeken om te kijken wat daarachter ligt. Als je de scherpe randjes van het cabaret afvijlt tot er alleen nog een gladgestreken, politiek correcte massa overblijft, dan kun je de deuren van het theater net zo goed direct dichttimmeren.

Is een grap over een vrouw in de keuken ‘radicaliserend’? Natuurlijk niet. Het is een plat cliché, een provocatie, een knipoog naar een fossiel wereldbeeld dat juist door de spot die erover gedreven wordt, belachelijk wordt gemaakt. Maar voor de angstige theaterdirectie doet de inhoud er niet eens meer toe. De angst voor de digitale moraalpolitie is groter geworden dan de liefde voor het artistieke experiment. Het theater hoort de plek te zijn waar je ‘veilig onveilig’ kunt zijn. Door Kahlmann preventief te verbannen, behandelen deze theaters hun eigen bezoekers als kleuters die beschermd moeten worden tegen een ‘verkeerd’ wereldbeeld. Het is een brevet van onvermogen aan het adres van de burger: “Wij denken dat u niet intelligent genoeg bent om het verschil tussen satire en een politiek manifest te begrijpen.”

En hier ligt de kern van het probleem voor de toekomst. Als theaters besluiten om op de stoel van de morele rechter te gaan zitten en artiesten te boycotten op basis van de vermeende ‘gevoeligheid’ van hun grappen, dan moeten wij als publiek misschien ook een besluit nemen. Misschien is het tijd voor een tegen-boycot. Waarom zouden we nog (subsidiegedreven) podia steunen die blijkbaar geen enkel vertrouwen hebben in het incasseringsvermogen en de intelligentie van hun publiek? Als een theater de vrijheid van de artiest niet meer durft te waarborgen, waarom zouden wij dan hun pluche nog warmhouden met ons geld en onze aanwezigheid?

Het resultaat van deze censuurdrift is overigens ironisch: Kahlmann lacht het laatst. Terwijl de deuren in Leeuwarden dichtgaan, gaan ze in het Friese Balk wagenwijd open. De kaartverkoop loopt uitstekend, want niets is zo aantrekkelijk als de verboden vrucht. We zijn blijkbaar een land van tere zieltjes geworden, maar de enige manier om die ziel weer wat eelt te geven, is door te weigeren mee te gaan in deze verstikkende deug-cultuur. Als het theater de scherpte verliest uit angst voor een boze tweet, verliest het zijn bestaansrecht.

Privacy-instellingen

Externe media

Video’s, audiospelers, kaarten en donatieformulieren kunnen gegevens delen met de genoemde externe aanbieder. Ze worden standaard pas geladen nadat je daarvoor kiest.

Lees de privacyverklaring