(tekst op website over verkiezing meest vervuilende bedrijven http://www.vieze50.nl)
Joop Atsma
Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu voor het CDA sinds 2010, nu demissionair. Daarvoor sinds 1998 Tweede Kamerlid, lid van de Provinciale Staten in Friesland (1991-1999) en journalist. Tijdens zijn staatssecretarisschap werd duidelijk dat zijn prioriteit niet bij het milieu ligt. Was als Kamerlid al fel tegen de voorgestelde ‘vleestaks’: “De aanval op boeren lijkt weer volop ingezet.” Probeerde hout uit Maleisië als duurzaam te bestempelen, terwijl daar de biodiversiteit rap afneemt door grootschalige kap van regenwouden en er sprake van schendingen van de rechten van de inheemse bevolking. Schoof om dat te bewerkstelligen in 2011 de uitspraak van de rechter en de adviezen van twee van zijn eigen adviescommissies terzijde. Pleitte op internationaal niveau voor meer marktwerking in klimaatbeleid en het nauwer betrekken van het bedrijfsleven bij klimaatbeleid. Stelde het Nederlandse klimaatbeleid ten dienste van economische kansen en kwam daarmee vooral het bedrijfsleven tegemoet. Schafte bijvoorbeeld statiegeld op plastic flessen af, tegen het advies van zijn eigen Inspectie Leefomgeving en Transport. Verzette zich tegen een Europese richtlijn voor de zeer vervuilende en natuurverwoestende winning van teerzandolie. Was tegenstander van een emissiehandelssysteem voor de luchtvaart, vrezend dat er dan minder gevlogen zou worden. Blinkt uit in het nemen van pseudo-groene maatregelen, die niet het milieu maar het bedrijfsleven bevoordelen. Wilde een versnelde invoering van de verplichting om transportbrandstof bij te mengen met hernieuwbare energie, in de vorm van biobrandstoffen. Fijn voor de biodieselsector die met overcapaciteit kampt, maar biodiesel neemt een hap uit de mondiale voedselvoorziening en veroorzaakt grootschalige ontbossing. Verplichte bijmenging betekent daardoor geen CO2-reductie. Een duurzaam onduurzame politicus.

