Bron: Jelmer Staal
Wijkverbetering werkt alleen bij langdurige steun
Rijkssteun aan Vogelaar-wijken, zoals Heechterp-Schieringen, heeft weinig opgeleverd, zo concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau. Kort door de bocht, zegt PvdA-raadslid Jelmer Staal. “Verbeteren van een wijk werkt alleen als er langdurig en gericht geïnvesteerd wordt.”
Vorige week kwam het rapport Werk aan de wijk van het SCP uit, over de effectiviteit van het door oud-minister Vogelaar ingezette krachtwijkenbeleid. Het 134 pagina’s tellende rapport werd door een aantal media vlotjes gereduceerd tot een afrekening met het beleid. De NRC kopte dat de “miljoeneninvesteringen in Vogelaarwijken niets opleverden” en het AD dat het “geld voor Vogelaarwijken in een bodemloze put is beland”. Maar is dat zo?
Wat is het krachtwijkenbeleid ook alweer? In 2007 maakte toenmalig minister voor Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar het Actieplan Krachtwijken bekend. Dat beoogde in 10 jaar tijd markante verbetering te bereiken in veertig achterstandswijken, op het gebied van wonen, werken, leren en opgroeien, integreren en veiligheid. De daadwerkelijke uitvoering van het plan is echter, volgens het SCP, op z’n vroegst in mei 2008 gestart en de aanvullende financiering werd in december 2011 alweer stopgezet.
Het SCP is nagegaan of de wijken die zijn geselecteerd voor het krachtwijkenbeleid een positievere ontwikkeling hebben doorgemaakt op het terrein van leefbaarheid, veiligheid en de sociaal-economische positie dan (aandachts)wijken waar dit beleid niet van toepassing was. Hierbij is geen vergelijking per wijk gemaakt, maar zijn alle Vogelaarwijken gezamenlijk afgezet tegen andere (aandachts)wijken (die het meest op Vogelaarwijken lijken).
Het rapport kraakt aan de ene kant een paar harde noten. Het constateert dat het krachtwijkenbeleid “geen onderscheidende invloed” heeft gehad op het aantal lage inkomens in de wijk of op de veiligheid en de leefbaarheid in de buurt. De krachtwijken zijn wel verbeterd, maar niet meer dan andere achterstandswijken. Er wordt zelfs een ongunstig effect gevonden bij de participatie van bewoners voor hun buurt. Aan de andere kant worden er hoopvolle ontwikkelingen geconstateerd. Sinds 2002 zijn aandachtswijkbewoners meer tevreden, voelen ze meer sociale cohesie en denken ze positiever over de ontwikkeling van de wijk. De toenemende concentratie van lage inkomensgroepen in achterstandswijken die zich tot midden jaren 2000 manifesteerde, nam na 2008 zelfs af. Vanaf 2002 is verloedering afgenomen.
Wat het nog ingewikkelder maakt, is de aard van het onderzoek. De resultaten van alle Vogelaarwijken zijn afgezet tegen de resultaten van alle (aandachts)wijken. Gemiddelden dus. Wie de wijken – of delen daarvan – los bekijkt ziet andere resultaten. Dit wordt geïllustreerd door in het rapport geciteerde Outcomemonitor van het CBS, die liet zien dat in 21 van de 40 Vogelaarwijken de veiligheid zich bijvoorbeeld wel beter dan het stedelijk gemiddelde ontwikkelde. Bovendien is er geen onderzoek gedaan naar specifieke maatregelen in specifieke wijken. Het in de Leeuwarder Vogelaarwijk Heechterp-Schieringen ingezette frontlijnteam is eerder als succes herkend, wat de levens van veel inwoners verbeterde en waarbij elke euro die geïnvesteerd werd elders €1,40 bespaarde. Bodemloze put?
Het actieplan Krachtwijken was bedoeld als stevige, langdurige aanpak. Er is uiteindelijk €1 miljard uitgegeven – een enorm bedrag. Volgens de onderzoekers is er in de Vogelaarwijken zo’n vijftig procent meer geïnvesteerd dan in zeer vergelijkbare wijken waarin geïnvesteerd wordt. De 10 jaar is echter flink verkort. De daadwerkelijke uitvoering is, volgens het SCP, op z’n vroegst in mei 2008 gestart en in december 2011 werden de financiering alweer stopgezet.
De conclusie van het rapport zou naar mijn idee moeten zijn dat wijken verbeterd kunnen worden, maar dat het in een erg korte periode extra veel geld uitgeven maar deels extra veel oplevert (de helft van de wijken zag de veiligheid extra verbeteren) en zelfs contraproductief kan zijn (voor bewonersparticipatie). Dat is geen geruststellende conclusie. Het geeft aan dat het verbeteren van een wijk alleen echt goed werkt als er langdurig en gericht geïnvesteerd wordt, niet als er simpelweg kortdurig extra geld naar het probleem gegooid wordt.
Het geeft ook aan dat op basis van het rapport niet geconcludeerd kan worden dat de Vogelaaraanpak “niets opleverde” of dat het geld zelfs “in een bodemloze put is beland.” De wijken zijn weldegelijk verbeterd, het laat alleen zien dat hijgerigheid niet goed werkt. Laat het een les zijn voor de koppenmakers van het NRC en het AD, maar vooral voor beleidsmakers en politici.

