Bron: Huub Mous
‘Daar ik onmogelijk kan weten wanneer mijn laatste uur zal hebben geslagen; daar op mijn leeftijd de ogenblikken die een mens zijn vergund nog slechts bij wijze van genade, of veeleer met een onverbiddelijke gestrengheid worden toegemeten, zal ik hier, uit vrees voor een onverhoeds heengaan, nader ingaan op een werk dat ik ondernam om de verveling te verdrijven van deze laatste, eenzame ogenblikken waar niemand om vraagt en waar geen mens raad mee weet. ‘
Aldus schreef François-René de Chateaubriand in zijn Memoires van over het graf. Deze Franse schrijver overleed op 4 juli 1848, maar in zekere zin spreekt hij nog steeds tot ons via zijn herinneringen die van gene zijde komen. Chateaubriand was op 4 oktober 1811 in Rome begonnen deze herinneringen op te schrijven en zou er tot het eind van zijn leven aan doorwerken. Hij verbeeldde zich hoe het zou zijn als hij in zijn eigen graf was opgesloten en zich van daaruit tot de wereld kon richten. Hij had ook notarieel laten vastleggen dat zijn boek beslist niet voor zijn dood gepubliceerd mocht worden. De drukproeven zou hij dus zelf niet meer kunnen corrigeren, maar hij sloot niet uit dat dit hem alsnog zou gelukken. ‘Doden werken immers snel.’ zo schreef hij.
Hopelijk ben ik nog lang niet dood. Toch heb ik het besluit genomen om mijn memoires te gaan schrijven. Maar hoe doe je dat? Uit mijn graf lijkt me wat voorbarig. Maar vanuit welke geestelijke ruimte dan wel? Op 20 april j.l. was het precies zeventien jaar geleden dat ik met dit weblog begon. Dat is wat noemt doorgaan met de blik op oneindig. Tot de dood ons scheidt. In die zin is dit weblog een voorschot op mijn eigen memoires vanuit het graf. Bloggen is voor mij een manier van leven geworden. Dit blog past mij als gegoten en ik zal ermee doorgaan tot ik erbij neerval. Die hardnekkigheid tot het bittere eind zie ik niet als een verdienste. Het is eerder een onvermogen om op te houden om over jezelf te spreken.


