Door Klaas Kasma
Foto: Liwwadders

BOEKENPASSAGE DE RODE LOPER 11 oktober
Shit het is herfstvakantie, denk ik als ik naar de Boekenpassage loop en alleen maar mensen met kinderen tegenkom die onderweg zijn naar het Natuurmuseum. Ik krijg spontaan al een hekel aan deze dag. Ik weet namelijk al een beetje hoe deze dag gaat verlopen. Rugzakjes, wandelwagens, blèrende en rennende kinderen, oh’s en ah’s, wat een leuke ruimte is dit, mogen we een foto maken, boeken doorbladeren en die opengeslagen laten liggen, maar een boek kopen, vergeet het maar.
Als ik de spullen buitenzet begint het al. Een gezin, inclusief wandelwagen, staat om zich heen te kijken op de rode loper. En die loper moet nog naar buiten getrokken worden, het trottoir op. Als ik het clubje eindelijk aan het verstand heb kunnen brengen dat ze even door moeten lopen omdat ik aan de mat ga trekken ben ik 5 minuten verder. Als ik later zit met mijn eerste kop koffie krijg ik ook al de eerste vraag: ik weet de titel niet meer en de schrijver ook niet, maar het is iets met een man en een hoed. ‘De man die zijn vrouw voor een hoed hield’ zeg ik. Van Oliver Sacks. Ja, die is het, juicht de mevrouw. Dat boek heb ik niet, zeg ik. Maar er staat wel een ander boek van hem, ‘Ontwaken in verbijstering’. Maar dat boek wil ze niet. Een vriendin heeft haar het eerste boek aangeraden. Ik sneup nog even verder, zegt ze. Dat is een synoniem voor ik loop nu de winkel uit, weet ik uit ervaring.
Heeft u ook boeken van Paulien Cornelisse, vraagt een mevrouw. Er is er nog eentje, zeg ik. Die ligt op de tafel bij de ingang waar u net aan voorbij gelopen bent. Een half uur later wordt het boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ me onder de neus geduwd om af te rekenen. Als de koopster er mee naar buiten loopt, vraag ik me af of dit dezelfde vrouw is die er een half uur geleden naar vroeg.
Ben je feminist, vraag ik een jong meisje die het boek ‘Vrouwen voor het voetlicht’ koopt. De geschiedenis van vrouwen binnen het Christendom in Nederland. Ze kijkt me wat verbaasd aan. Omdat je dit boek koopt, verduidelijk ik mijn vraag. Ja, ik denk het wel, antwoordt ze. Geweldig, ik ook, zeg ik. De verbazing is nog niet van haar gezicht als ze de winkel uitloopt.
Is deze winkel van u, wordt me gevraagd. Vandaag wel, antwoord ik. Hoe bedoelt u? Precies zoals ik het zeg, antwoord ik. Vandaag ben ik de baas, maar morgen misschien wel iemand anders. Daarna loopt iedereen weer door zonder een boek te kopen.
Daarna breng ik mijn tijd door met het verkopen van ansichtkaartjes en tijdschriften, 2 euroboekjes, versjes van Toon Hermans en stomme antwoorden geven op stomme vragen. Wonen hier boven mensen, is de meest gestelde vraag vandaag. Mijn standaardantwoord daarop is: Nee mevrouw/ mijnheer, vroeger wel, maar het is nu een grote wietplantage. Deze warmtelampen die hier boven de tafel hangen komen daar vandaan.
Goeiemiddei, zegt een man met een zwaar Amerikaans accent. Ek sa, antwoord ik beleefd. Hij heeft het boek ‘Pageboy’ van filmster en regisseur Elliot Page in zijn handen. Daarna legt hij me omstandig in het Engels uit dat hij Fries wil leren en een Afûk cursus volgt. Dan kun je beter een Fries boek kopen, zeg ik en wijs hem de kast. Maar zo graag wil hij de Friese taal toch ook niet leren dat hij ook nog een Fries boek koopt.
Om half zes vind ik het welletjes. Ik sluit de ingang in de Grote Hoogstraat. Dat geeft wel wat gemor onder de passanten die nu hun wandelwagen met kind in de nauwe ruimte moeten draaien.
Thuis blader ik het winkelboek van Hinderickx en Winderickx eventjes door. Ook zij hadden zulke dagen, lees ik.
Klaas Kasma, beginnend boekverkoper in Boekenpassage de Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag geopend.


