Bron: Bert Middel
Noordelijke samenwerking (20-02-2009 16:03)
Het Friese CDA-kamerlid Joop Atsma uit Surhuisterveen roept de noordelijke provincies op om wat agressiever te zijn als het om de behartiging van noordelijke belangen gaat. Aanleiding is de in Zwolle geplande noordelijke vestiging van landelijke inspectiediensten. Het gevolg daarvan is dat Drachten ook nu niet de ooit toegezegde compensatie voor de eerder vertrokken Gezondheidsdienst voor Dieren krijgt. En de stad Groningen verliest 250 arbeidsplaatsen, want Zwolle ligt centraler in het Noorden dan Groningen of Drachten. Dat is althans de opvatting van het kabinet.
Joop Atsma heeft gelijk. Het Noorden kan zich bestuurlijk gezien wel wat krachtiger en zelfbewuster profileren. Af en toe lukt het wel, zoals bij het binnenhalen van de compensatiegelden voor de afgeblazen Zuiderzeelijn. Maar het is nog lang geen automatisme. Daarvoor zijn de onderlinge gevoeligheden en competentiegeschillen nog te heftig. En wordt er binnen de onderlinge verhoudingen te weinig gerelativeerd.
Ik zeg het al jaren. Wanneer Noord-Nederland in de toekomst zelf zijn broek wil ophouden, niet elke keer weer vragend richting Randstad wil kijken en in het Europa van de regio’s een eigen positie wil innemen, moet er wel wat veranderen. Dan heb je niet genoeg aan een interprovinciaal samenwerkingsverband, waarbij ook enkele grotere gemeenten mogen aanschuiven. Dan moet je boven jezelf durven uit te stijgen om de bakens echt te kunnen verzetten.
Waarom kunnen de drie noordelijke provincies niet wat de noordelijke werkgevers, de noordelijke vakbonden, het noordelijk midden- en kleinbedrijf, de noordelijke Kamers van Koophandel en zelfs de noordelijke hulpdiensten wel kunnen? Namelijk bestuurlijk en operationeel samengaan, met behoud van de oorspronkelijke identiteiten.
Ook de Friese gedeputeerde Sjoerd Galama houdt op termijn rekening met een bestuurlijke fusie van Groningen, Friesland en Drenthe. Ik deel zijn opvatting. Wanneer de gemeentelijke herindeling over enige jaren een feit is – in zowel Friesland als Groningen – zullen er in plaats van de huidige versnipperde 68 nog maar zo’n 30 krachtiger gemeenten in het Noorden overblijven. Wat is er dan nog te doen voor de provinciale besturen, die nu al steeds meer oneigenlijke taken (willen) uitvoeren. Zelfs wanneer de waterschappen op termijn opgaan in de provinciebesturen – wat al lang had moeten gebeuren – is er geen bestuurlijke ruimte meer voor drie afzonderlijke provinciebesturen. Daarmee is niet gezegd dat Friesland, Groningen en Drenthe van de kaart verdwijnen. Zij behouden hun eigen identiteit en zullen zich altijd van elkaar blijven onderscheiden. Alleen al in historie, traditie, taal en cultuur. Met daarbij onvermijdelijke sociale en culturele overlappingen, zoals rond de Stellingwerven, in de regio Noord-Drenthe/stad Groningen en in de Drents-Groningse veenkoloniën.
De drie noordelijke provincies tellen samen dik anderhalf miljoen inwoners. Dat zijn er minder dan sommige andere Nederlandse provincies alleen al in hun eentje hebben. Er zijn nu in het Noorden 127 gekozen Statenleden, 17 gedeputeerden, 3 commissarissen en rond de 2000 provinciale ambtenaren. Ongetwijfeld hardwerkende mensen die in alles heel erg hun best doen, maar is dat een reden om het tot in lengte van jaren zo te laten? Kan het niet meer gestroomlijnd, doelgerichter en doelmatiger? En vooral politiek-bestuurlijk veel krachtiger? Met minder onderling overleggedoe en bestuurlijke drukte. En dus ook met veel minder – nu blijkbaar onvermijdelijke – bureaucratie.
Het zal er voorlopig wel niet van komen. Maar dat betekent niet dat de grondgedachte daarmee van tafel is. Zelf ben ik geboren en getogen in Groningen, heb ik ruim twintig jaar Drenthe gewoond en gewerkt en nu al weer tien jaar in Friesland. En geloof me, de onderlinge overeenkomsten – denk aan de noordelijke nuchterheid – zijn groter dan de vaak opgeklopte verschillen.
Toch ben ik er nog steeds niet achter waar de onderlinge animositeit op berust. Groningen en Drenthe kunnen bestuurlijk doorgaans wel door één deur. Toch leert het gezegde dat een Groninger te eerlijk is om vriendelijk te kunnen zijn, terwijl een Drent te vriendelijk is om eerlijk te kunnen zijn. Mijn veralgemeniseerde ervaring met Friezen is dat dezen tegelijkertijd zowel eerlijk als vriendelijk kunnen zijn. Ook lijken de verschillen in bestuurscultuur tussen Groningen en Friesland als het er op aankomt kleiner dan die tussen Drenten enerzijds en Groningers en Friezen anderzijds. Het moet dus kunnen.
Er zit alleen nog wat historisch bepaalde ‘strijd’ in de weg. ‘Spul’ in het Fries, ‘dr·kte’ in het Gronings. In Friesland tussen de 11 steden en 30 grietenijen. In Groningen tussen stad en ommeland. Wat vervolgens weer op elkaar geprojecteerd wordt. En dan blijf je nog wel even bezig.
En toch·.het moet kunnen. En het zal ook ooit wel gebeuren. Dat we in het Noorden elkaar niet voor de voeten lopen, maar onze krachten bundelen en uitstralen. Maar dat gaat nog wel even duren.

