Bron: Wietse Elzinga
Friese kenniseconomie krijgt gestalte
Mooi nieuws natuurlijk dat de overheid subsidiegeld beschikbaar stelt voor Wetsus en de Dairy Campus. Kenniseconomie krijgt gestalte, zo las ik ergens. Als ik mij niet vergis was het een kop in de Leeuwarder Courant, daar weten ze wel vaker niet hoe de wereld in elkaar steekt. Voor de producten en diensten die we nu afnemen is natuurlijk ook kennis nodig, maar omdat meer van hetzelfde voor buren om de hoek geen perspectief heeft zijn nieuwe producten voor mensen elders in de wereld gewenst. Daarvoor is veelal, maar niet altijd, nieuwe kennis nodig. Nu is het ontwikkelen van nieuwe kennis niet het probleem van (Noord-)Nederland, het omzetten van die kennis in producten en diensten die bij mkb-ers geld in het laatje brengen is een erkend zwak punt.
Geef wetenschappers een zak met geld en ze vermaken zich wel, mkb-ers hebben meer aan hun hoofd. Idealiter overbruggen hogescholen het verschil, die doen dat niet en allerlei organisaties die zich tegen mkb-ers aan bemoeien zoals NOM, KvK, Syntens, TCNN, e.d. doen dat eigenlijk ook niet. De Kamer van Koophandel geniet geen gezag bij hogescholen, sommige mensen van Syntens weer wel maar doen in het geval van Sociale Innovatie aan hobbyisme, TCNN doet aan projecten maar niet aan de verdere verspreiding van opgedane kennis en ervaring en de NOM moet zich noodgedwongen beperken tot de kerntaken te weten het financieren van bedrijven. Ziedaar de armoedige kennisinfrastructuur van Noord-Nederland.
De Friese netwerkuniversiteit University Campus Fryslxe2n (UCF) heeft de meeste mogelijkheden om kennisclusters te vormen. Niet dat ze weten hoe dat moet, die kunnen het leren van een aantal bedrijven uit Drachten die een innovatiecluster vormen. Uit welbegrepen eigen belang hebben die bedrijven zich georganiseerd en zich tot de UCF gewend om de aanvoer van goed geschoolde techneuten veilig te stellen. Een mooie klus voor de UCF om dit te organiseren en te managen. Probleempje: de mensen verbonden aan de UCF zijn overwegend academisch geschoold en hebben nauwelijks affiniteit met organiseren en management richting het bedrijfsleven.
Onlangs verscheen ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van Harvard Business Review (HBR), wereldwijd toonaangevend tijdschrift voor management en organisatie, gewoon ergens in Leeuwarden te koop, een jubileumuitgave met een overzicht van ontwikkelingen op dit terrein. Wetenschappers lezen zo’n blad natuurlijk niet, hebben derhalve geen idee hoe je kennis of wat dan ook organiseert en kampen we met het rare fenomeen dat nuttige kennis soms letterlijk om de hoek te koop is maar dat er niks mee wordt gedaan. De Friese kenniseconomie krijgt pas gestalte wanneer we collectief de kunst van het organiseren beheersen. Zover is het nog lang niet.

