Bron: Bilgaardnet.nl
Nazir uit de Mondriaanwijk
“Ik schaam me niet voor de Voedselbank maar moet er wel van huilen’
·Zes jaar woon ik hier nu in de Kei. Het is een gezellig buurtje. De samenstelling van de straat is gemengd. Ik ben Surinamer, naast mij woont een Marokkaans gezin en aan de andere kant een Koerdische familie. Even verderop een gemengd Marokkaans-Nederlands gezin en weer verder een Vietnamese familie. Ook wonen er autochtone Nederlanders in de straat.’
Meneer Nazir (53) is verhuisd vanuit de Vrijheidswijk naar de Kei in Bilgaard. Hij woont er met zijn dochter op nummer 31. Over dat huisnummer begint hij te lachen. ·We hebben hier in de buurt wel drie nummers 31. Bij een van die nummers staat er wel een letter achter, maar dat wordt door de postbezorgers vaak niet opgemerkt. Op de Ludinga, en even verderop, heb je ook aanduidingen met nummer 31.’ Het gevolg laat zich raden: veel verkeerd bezorgde post.
“Dat komt niet alleen door het huisnummer maar ook door de verschillende postbedrijven die hier aan de deur komen. Wat hebben we allemaal wel niet? DHL, FRL, TNT en Select Vracht. Allemaal bezorgen ze regelmatig de verkeerde post bij mij. Daar zitten ook belangrijke stukken tussen. Die gooi ik meestal direct weer in de postbus zodat ze opnieuw bezorgd kunnen worden. Maar sommige mensen zullen hierdoor wel langer moeten wachten op hun poststukken. Zo krijg je natuurlijk wrijvingen tussen instanties en degene voor wie de brief bedoeld is.’
Nazir werkte lange tijd als conciërge bij de Johan Willem Frisoschool in de Carel Fabritiusstraat in Huizum-west. “Dat vond ik een mooie baan. Het waren leuke collega’s. Ze gaven je het gevoel dat je er helemaal bij hoorde. Ik werd daar als een volwaardige collega behandeld. Ik moest daar weg omdat de subsidie voor mijn baan afliep. Nu hebben ze andere mensen ingeschakeld. In 2009 heb ik afscheid moeten nemen en kwam in de ww terecht. Hier kreeg ik te maken met allerlei instanties waar ik ook wel eens een beetje ruzie mee heb gehad. Het was wel erg veel van ‘u moet dit’ en ‘u moet dat zeggen.’ Ook bij de sociale winkel aan de Eewal had in een aanvaring. Die medewerker vertelde me dat ik moest roeien met de riemen die ik heb. Ik zei tegen hem: Wat kan ik doen als alles steeds duurder wordt? Gas, water en elektriciteit; het wordt maar duurder. Vertel me hoe ik hier tegenin kan roeien? Dat lukt toch niemand? Ik ga nu af en toe naar de Voedselbank, daar schaam ik me niet voor, maar ik moet er wel van huilen.’
De man van Sinne Welzijn vertelde me dat ik mijn verzekeringen moest nakijken en sommige opzeggen. Ik heb dat bekeken maar dat gaat zomaar niet. Een student van de NHL is langs geweest. Hij werkte voor de formulierenbrigade. ‘U komt te kort’, zo zei hij. Veel mensen in Leeuwarden zitten met hun inkomen onder het sociaal minimum. Bij het UWV en de sociale dienst zouden ze de handen ineen moeten slaan. Je had hier het Bilgaard-loket, dat was een loket voor allerlei voorzieningen, maar dat is ook al weer opgeheven. We hebben nu een Voedselbank, een Goederenbank en ook al een Vakantiebank. Wat krijgen we hierna?’

