Bron: Huub Mous
Foto: Simon van der Woude

De buurt waar ik ben grootgebracht
Onlangs liep ik eventjes rond in mijn oude buurt, Oud-Zuid, achter het Concertgebouw in Amsterdam. Ik word daar altijd overvallen door een tweeslachtig gevoel. Aan de ene kant, een schok van herkenning gemengd met melancholie. Alles ziet er nog precies zo uit als vroeger. De huizen zitten goed in de verf. Er is niets gesloopt. Ik waan me even de schooljongen die ik was en die hier zijn vriendjes had. Maar als je goed kijkt klopt dat beeld niet meer. Voor de deuren staan een soort veredelde bakfietsen waarin kleine kinderen naar school worden gebracht. Ze zitten met dikke kabelsloten vast aan koperen regenpijpen. Op elke hoek van de straat is een dure speciaalzaak of een Grand Café. Een Filippijns meisje staat de ramen te wassen. Ik ben niet geboren in Oud-Zuid. Ik heb er ook nooit gewoond, maar ik ben er wel grootgebracht, op de lagere school, de middelbare school en daarna ook nog eens in het Kunsthistorisch Instituut dat destijds aan het Museumplein lag.
Mensen hebben het hier goed. Oud-Zuid is een van de meest welvarende buurten van Nederland. Op een gegeven moment liep ik achter een blonde vrouw van een jaar of vijf en dertig. Ze was al lopend mobiel aan het telefoneren. Een man fietste langs die ook telefoneerde, maar kennelijk met iemand anders. Ik kon het niet laten om te luisteren waar het gesprek overging, dat zich voor mij ontspon. Het ging over aandelen en beleggen. Er was geen dividend uitgekeerd door een bedrijf dat een nevenvestiging had op Curaçao. De blonde vrouw besloot haar aandelen in Aegeas, voorheen Fortis, te steken, want dan weet je wat je hebt, maar vooral wat je er voor terugkrijgt. Schande al dat snelle geld, hoorde ik haar nog roepen, toen ze de hoek om ging.


