Onderzoek alternatieven Oldenije wijst in richting Joodse School

Persbericht: Gemeente Leeuwarden

Alternatieven capaciteitsuitbreiding OBS De Oldenije.

Inleiding

Het groeiende leerlingenaantal van de binnenstadschool De Oldenije is zodanig groot dat de kinderen niet allen kunnen worden ondergebracht in de school aan de St. Anthonystraat.
Daarom is de Joodse School al geruime tijd in gebruik als dislocatie.

In oktober 2012 heeft de Stichting Proloog aan het college van burgemeester en wethouders van
Leeuwarden het verzoek gedaan om op korte termijn de capaciteit van de school De Oldenije in de binnenstad permanent te mogen uitbreiden met twee groepen. Deze vraag uit 2012 is nog steeds valide.

Het leerlingenaantal van De Oldenije blijft groeien; het aantal lokalen dient daarom met 2 lokalen te worden uitgebreid tot totaal 10 klaslokalen. De nieuwe lokalen moeten bij de start van het nieuwe schooljaar (26 augustus 2013) beschikbaar zijn.

Proloog heeft bij het college het verzoek tot uitbreiding gedaan op basis van de volgende gegevens:
‐ De Oldenije heeft een ruimtebehoefte van 1366 m² bruto vloeroppervlakte;
‐ De school heeft nu de beschikking over: 943 m² in het hoofdgebouw en 200 m² in de Joodse
School, derhalve totaal 1143 m².

Bij de beantwoording van het verzoek van Proloog dient rekening gehouden te worden met de wettelijke regelgeving, de geldende normen, de financiële kaders en verantwoordelijkheden rond onderwijshuisvesting.

Wettelijk kader onderwijshuisvesting

Uitvoering van het onderwijshuisvestingbeleid is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad heeft de taak om bij het vaststellen van de begroting middelen beschikbaar te stellen voor onderwijshuisvesting op basis van hun taakstellende bevoegdheid.
Onderwijshuisvesting is vastgelegd in de Wet medebewindtaken lagere overheden, AMVB en de
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Leeuwarden. In eerste instantie zijn schoolbesturen aan zet. De huidige regelgeving is er één van vraag in plaats van aanbod.
Op basis van de vraag van de schoolbesturen heeft het College de zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het geven van basisonderwijs. Hoe deze zorgplicht uit te voeren is opgenomen in bovengenoemde regelgeving. Deze regelgeving gaat over de kwantiteit en niet over de kwaliteit waaraan schoolgebouwen dienen te voldoen. Hiervoor is het bouwbesluit e.d. van toepassing. Tevens is in de regelgeving de bekostiging vastgelegd en de verhouding en verantwoordelijkheden tussen gemeenten en schoolbesturen.

Bij het vaststellen van de normen voor onderwijshuisvesting heeft de wetgever zich los gemaakt van de discussie over onderwijskundige inrichting van scholen, zoals Jenaplan, Montessori, Dalton e.d.
Er zijn objectieve normen vastgesteld over hoeveel ruimtes de school kan beschikken (een vaste voet en het aantal vierkante meters per leerling). De schoolbesturen zijn derhalve vrij (om met eigen middelen) de gebouwen in te richten voor welke vorm van onderwijs dan ook. De gemeente c.q. de overheid staat hier buiten.

In 95% van de gevallen zijn de schoolbesturen op grond van de Wet eigenaar van de schoolgebouwen en terreinen. Op deze locaties heeft de gemeente het economisch claimrecht.

In de overige gevallen zijn de scholen gehuisvest in een MFC en/of in door de gemeente gehuurde panden. Voor voornoemde situaties heeft de wetgever geregeld dat de gemeente deze locaties in gebruik geeft aan een schoolbesturen als of zij eigenaar zijn. Dit om het wettelijk mogelijk te maken dat een schoolbestuur hierin onderwijs mag geven.

Het bovenstaande is van toepassing op permanente locatie alsmede op dislocaties met een permanent karakter, zoals de voormalige Joodse School. Deze locatie is door het College op grond van de nieuwe regelgeving op 25 februari 2009 aan de Stichting Proloog in gebruik geven. Het betreft hier dus een eigen dislocatie.

Het sluiten of in gebruik nemen van een dislocatie is derhalve een bevoegdheid van de Stichting
Proloog. Als er een wijziging ontstaat in de huisvestingssituatie is het aan de Stichting Proloog om een mogelijk alternatief te accepteren. Dit vanwege hun onderwijsbelang, bedrijfsvoering en financiële situatie.
2
Overige regelgeving

Naast met de specifieke regelgeving voor onderwijshuisvesting dient rekening gehouden te worden met regels zoals vastgelegd in het Bouwbesluit en de ARBO-wetgeving. Dit laatste is bijvoorbeeld van belang waar het gaat om de daglichttoetreding via de gevel.

Financiële kaders en verantwoordelijkheden

Het College is verantwoordelijk voor het bekostigen van voldoende huisvesting voor het onderwijs op basis van de Verordening Onderwijshuisvesting, vastgestelde beleidsregels en kaders. Zij kunnen dit doen op basis van de door gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen in het Programma
Onderwijs.

De gemeente is dus verantwoordelijk voor de stichtingskosten en/of huur van de schoolgebouwen.
De verantwoordelijkheid voor het beheer, de exploitatie en het onderhoud van de schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen. Tot 1 januari 2015 stelt de gemeente budget beschikbaar voor het onderhoud aan de “buitenkant” aan de schoolbesturen. Daarna komen deze middelen direct van het
Rijk. Dit onderhoud is exclusief het buitenschilderwerk, dat volgens de wettelijke regeling aan de schoolbesturen wordt toegerekend en waarvoor de schoolbesturen direct door het rijk worden bekostigd via de lumpsumvergoeding.

Indien bij de keuze uit de alternatieven voor capaciteitsuitbreiding van De Oldenije qua kosten van aanpassingen en huur binnen het beschikbare budget uit de begroting gebleven wordt, blijft het
College binnen haar bevoegdheid. Tevens hoeft hierover dan geen op overeenstemminggericht overleg (OOGO) worden gevoerd met de overige schoolbesturen.

Dit overleg zal wel moeten worden gehouden als de kosten van het gekozen alternatief uitgaan boven het beschikbare budget. Het College is dan verplicht om deze voorziening te melden en op te nemen op het Jaarprogramma onderwijshuisvesting 2014.

Voor het oplossen van de capaciteitsproblemen van De Oldenije is een budget van € 100.000 gereserveerd. Op dit moment zit er geen vrije ruimte meer in het budget onderwijshuisvesting om het beschikbare budget voor de capaciteitsuitbreiding van De Oldenije op te hogen. Dit omdat hierop een claim is gelegd om een aantal bouwkundige zaken op andere schoollocaties op te lossen.
Dit houdt in dat de kosten, die uitgaan boven het beschikbare budget, ten koste zullen gaan van het budget zoals opgenomen in de kadernota “Onderwijshuisvesting in nieuwe tijd”. Hierover is OOGO noodzakelijk. Het eerstvolgende OOGO staat gepland op 24 september 2013 inzake het conceptprogramma Onderwijshuisvesting 2014.

Alternatieven capaciteitsuitbreiding De Oldenije

Voor de benodigde capaciteitsuitbreiding van De Oldenije is een aantal mogelijkheden bekeken.
Naast uitbreiding van de bestaande dislocatie Joodse School zijn diverse alternatieven onderzocht.
Het gaat hierbij om de volgende locaties:
 Raadhuisplein 23-25 volledig
 Raadhuisplein 23-25 gedeeltelijk
 Voormalige Sint Anthonyschool
 Westerkerk
 Voormalige Julianaschool aan de Tweebaksmarkt.

A. Dislocatie Joodse School

Sinds de uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden uit 2008 inzake de uitbreiding van De Oldenije is de voormalige Joodse School een volwaardige dislocatie van De Oldenije. In deze uitspraak wordt voor uitbreiding/instandhouding van de school verwezen naar de Joodse School en/of leegstand op een afstand van 2 km hemelsbreed van het hoofdgebouw. Deze laatste mogelijkheid is, met het in gebruik nemen van de voormalige Menno van Coehoornschool door het PCBO als IKC i.o. en het afstoten van de Tjerk Hiddes locatie niet meer mogelijk. Capaciteitsuitbreiding van De Oldenije door het in gebruik nemen van de bovenverdieping van de Joodse School blijft binnen de regels die door gemeenteraad in 2008 zelf zijn vastgesteld in de Verordening Onderwijshuisvesting.
Door het in gebruik nemen van de bovenverdieping van de voormalige Joodse School kan de capaciteit van de dislocatie met 182 m² worden uitgebreid.
De Oldenije heeft dan de beschikking over in totaal 1325 m². Dit is voldoende voor 10 leslokalen met nevenruimte en een speellokaal.
3

Met de verhuurder van de Joodse School is overeengekomen dat het gebruik van het totale gebouw voor 10 jaar is gegarandeerd. De huidige huurovereenkomst kan tussentijds worden beëindigd met een opzegtermijn van 1 jaar. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 20.000,– (éénmalig nadeel).
Ook in het nieuwe huurcontract zal worden uitgegaan van de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging met een opzegtermijn van 1 jaar. Capaciteitsuitbreiding van de dislocatie van de Joodse
School staat daarmee de keuze van een lange termijnoplossing voor De Oldenije niet in de weg.
De huur van de gehele Joodse School bedraagt € 36.000 per jaar. De verbouwkosten bedragen ca. € 67.500 (excl. BTW). Omdat de verbouw van de Joodse School al door Proloog is voorbereid, kan deze verbouwing naar verwachting tijdig (voor de start van het nieuwe schooljaar) worden gerealiseerd.

De kosten van verbouw en huur van de disclocatie Joodse School blijven binnen het in de begroting beschikbare budget. Hierdoor valt verbouw van de Joodse School binnen de bevoegdheid van het
College en hoeft geen op overeenstemminggericht overleg met de overige schoolbesturen te worden gevoerd.

Het gebruik van de Joodse School als dislocatie van De Oldenije stuit op bezwaren van omwonenden.

De verantwoordelijkheid voor de bekostiging van de dislocatie Joodse School is als volgt:
Huur van het pand Gemeente Leeuwarden (JOC aan eigenaar Cohen)
Aanpassen lokalen Gemeente Leeuwarden
Binnenonderhoud Stichting Proloog
Exploitatie en beheer (nutskosten e.d.) Stichting Proloog
Buitenonderhoud Familie Cohen (volgens overeenkomst)

B. Raadhuisplein 23-25 (volledige verhuizing De Oldenije)

Dit vastgoedobject is eigendom van de gemeente en beschikbaar. Het complex is op zich meer dan groot genoeg (ca. 3000 m²) om aan de totale ruimtebehoeve van De Oldenije te voldoen.
Uitgaande van 10 klaslokalen is voor de school ca. 1366 m² aan ruimte nodig. Dat betekent dat het huidige complex Raadhuisplein 23-25 moet worden opgesplitst.

Aangezien een verbinding met de St. Anthonystraat noodzakelijk is (i.v.m. speelvoorzieningen), ligt het voor de hand om Raadhuisplein 23 met de “achterbouw” als school te gaan bestemmen. De panden 23 en 25 moeten dan weer van elkaar worden gescheiden. Het pand Raadhuisplein 25 kan in dat geval separaat worden vermarkt.

Het gebouw is in de huidige staat niet geschikt om als schoolgebouw te kunnen worden ingezet.
De indeling in het gebouw is niet gebaseerd op “schoolklasformaat”. Daarnaast zijn ingrepen in de klimaatbeheersing van het gebouw benodigd. Optimalisatie hiervan is alleen mogelijk met een forse en kostbare ingreep, waarbij rekening gehouden moet worden met het monumentale karakter van het pand.

Voor bouwkundige aanpassingen aan het complex Raadhuisplein 23-25 is een investering van ca.
€ 1.000.000 nodig (uitgaande van gesplitste panden).Voor het verbeteren van het binnenklimaat moet rekening worden gehouden met een investering van ca. € 500.000 (excl. BTW).

De huur van het pand Raadhuisplein 23 bedraagt in de huidige staat van het pand ca. € 150.000.
Rekening houdend met de benodigde aanpassingen komt de huur uit op ca. € 270.000 per jaar. De boekwaarde van het pand Raadhuisplein 23 zal stijgen tot ruim € 2.600.000.

Bij volledige verhuizing van De Oldenije naar het pand Raadhuisplein 23 zal de boekwaarde van ruim
€ 600.000 van het huidige schoolgebouw van De Oldenije geheel of gedeeltelijk moeten worden afgeboekt omdat een snelle herontwikkeling van deze gemeentelijke locatie niet is te verwachten.
Het is niet haalbaar om het pand voor de start van het nieuwe schooljaar beschikbaar te hebben.
Met het noodzakelijke vergunningentraject is minimaal 6 maanden tijd gemoeid.

De buitenruimte is onvoldoende voor een volwaardige school met een omvang van De Oldenije (260-
270 leerlingen).
4

Verwacht wordt dat bij een volledige verhuizing van De Oldenije naar het pand Raadhuisplein 23 rekening gehouden moet worden met bezwaren van om- en naastwonenden.

Omdat de kosten van verhuizing van De Oldenije naar Raadhuisplein 23 uitgaan boven het beschikbare budget, is overleg met de overige schoolbesturen (OOGO) noodzakelijk.
De verantwoordelijkheid voor de bekostiging in het geval van volledige verhuizing van De Oldenije naar het pand Raadhuisplein 23 is als volgt:

Huur van het pand Gemeente Leeuwarden (JOC aan Vastgoed)
Aanpassen lokalen Gemeente Leeuwarden
Binnenonderhoud Stichting Proloog
Exploitatie en beheer (nutskosten e.d.) Stichting Proloog
Buitenonderhoud Stichting Proloog (in overleg met Vastgoed)

C. Raadhuisplein 23-25 (dislocatie)

Ook in het geval van het gedeeltelijk gebruiken van het complex Raadshuisplein 23-25 als dislocatie van De Oldenije zijn investeringen nodig vanwege verbouw en klimaataanpassingen.
Qua benodigd oppervlak kan worden volstaan met alleen de aanbouw achter Raadhuisplein 23.
Deze aanbouw is op dit moment ingedeeld in 4 ruimtes van respectievelijk 60 m², 90 m², 50 m² en
90 m². Een van de ruimtes van 90 m² (de voormalige dans-/ballet zaal) ligt middenin het gebouw.
Daglicht kan hier niet via de gevel binnentreden, hetgeen een wettelijke vereiste is voor een klaslokaal.

Binnen het complex zullen de ruimtes moeten worden herverdeeld in klaslokalen. Hiervoor zijn
2 opties, herverdeling in drie klaslokalen of in vier klaslokalen.
a. 3 Klaslokalen.
Bij gebruik van alleen de aanbouw achter Raadhuisplein 23 kunnen maximaal 3 klaslokalen worden gerealiseerd in verband met de noodzakelijke daglichttoetreding via de gevel.
De kosten van de bouwkundige aanpassing worden in dit geval geraamd op € 250.000. De kosten van de aanpassingen aan de installatie (luchtbehandeling en verwarming) worden geraamd op
€ 50.000. Deze aanpassingen zijn onder meer nodig omdat de panden Raadhuisplein 23-25 nu de installatie delen. De boekwaarde van het pand Raadhuisplein 23 komt na aanpassing van het pand uit op € 1.400.000.

De huur van het dit deel van het gebouw bedraagt ongeveer € 40.000 per jaar (gebaseerd op de jaarhuur in de oude situatie). Rekening houdend met de noodzakelijke aanpassingen gaat de huur € 65.000 per jaar bedragen.
b. 4 Klaslokalen.

Wanneer in de dislocatie Raadhuisplein 23 4 klaslokalen moeten worden gerealiseerd, zal de begane grond van pand 23 aan het Raadhuisplein moeten worden gebruikt. De overige verdiepingen van dit pand zijn dan moeilijk verhuurbaar waardoor deze waarschijnlijk ongebruikt leeg blijven staan.

De kosten van bouwkundige aanpassingen bedragen in dit geval ca. € 400.000; de kosten van technische aanpassingen bedragen ongeveer € 160.000. Na aanpassingen aan het pand komt de boekwaarde van Raadhuisplein 23 uit op € 1.660.000.

De huur (inclusief leegstand van de overige verdiepingen) bedraagt ongeveer € 150.000 per jaar
(gebaseerd op de jaarhuur die in de oude situatie in rekening werd gebracht voor het hele complex). Rekening houdend met de noodzakelijke aanpassingen gaat de huur € 200.000 per jaar bedragen.

Gezien de omvang van de benodigde werkzaamheden en procedures is het onmogelijk om de aanpassingen (van zowel optie a als optie b) voor de start van het nieuwe schooljaar te realiseren.
De omvang van de benodigde investeringen bij de vestiging van een dislocatie van De Oldenije in het pand Raadhuisplein 23 is dusdanig dat het niet rendabel is voor een keuze als tijdelijke oplossing.

De opmerkingen bij alternatief B over buitenruimte van de school en de verwachte bezwaren van omwonenden zijn ook voor dit alternatief van toepassing.

5

De kosten van de verbouw van Raadhuisplein 23 tot dislocatie van De Oldenije gaan het beschikbare budget te boven. Hierdoor is overleg met de overige schoolbesturen (OOGO) noodzakelijk.
De verantwoordelijkheid voor de bekostiging van de dislocatie Raadhuisplein 23 van De Oldenije is als volgt:

Huur van het pand Gemeente Leeuwarden (JOC aan Vastgoed)
Aanpassen lokalen Gemeente Leeuwarden
Binnenonderhoud Stichting Proloog
Exploitatie en beheer (nutskosten e.d.) Stichting Proloog
Buitenonderhoud Stichting Proloog (in overleg met Vastgoed)

D. Sint Anthonystraat 6-22 (voormalige Sint Anthonyschool) als dislocatie

Het pand Sint Anthonystraat 6-22 (Ateliergroep Negen A) is eigendom van de gemeente en, omdat het is verhuurd, niet vrij beschikbaar. De huidige huurders genieten de volledige bescherming van de Huurwet. Dit betekent onder meer dat de gemeente voor een gelijkwaardige, vervangende huisvesting moet zorgen. Ook komen de huurders mogelijk voor een schadevergoeding in aanmerking. De huidige huurders mogen, na het eventueel aanzeggen van een huuropzegging, nog 1 jaar in het gebouw blijven wonen.

Het pand is in het verleden een schoolgebouw geweest (zelfs een gespiegelde kopie van
Raadhuisplein 25). Het is in de huidige staat (is omgebouwd tot atelier) niet een op een in te zetten als schoolgebouw. Dit komt omdat de eisen aan schoolgebouwen en klasruimtes in de loop der jaren zijn aangescherpt.

Het gebouw is een rijksmonument, hetgeen de nodige beperkingen met zich meebrengt bij de noodzakelijke bouwkundige en technische aanpassingen.

In het gebouw is in principe ruimte voor in totaal 8 klaslokalen (4 per verdieping), waardoor het niet in aanmerking komt als locatie voor een volledige verhuizing van De Oldenije.

De investering om het gebouw geschikt te maken als dislocatie met 4 klaslokalen zal ongeveer
€ 250.000 bedragen. Er moet rekening mee gehouden worden dat de rest van het gebouw niet verhuurbaar is en daarom leeg zal komen te staan. De boekwaarde van het pand na verbouwing bedraagt € 300.000.

De huidige huurders betalen ongeveer € 17.000 huur per jaar (deze huur is niet kostendekkend).
Uitgaande van dit huurbedrag en rekening houdend met de noodzakelijke aanpassingen gaat de huur
€ 37.000 per jaar bedragen.

Gezien de proceduretijd benodigd om het pand huurvrij te maken, de omvang van de bouwkundige aanpassingen en de daarbij behorende procedures is het niet mogelijk om het een en ander af te ronden voor de start van het nieuwe schooljaar.

Gezien de locatie van het pand Sint Anthonystraat 6-22 gelden hiervoor dezelfde opmerkingen als die zijn gemaakt bij alternatief C over buitenruimte van de school en de verwachte bezwaren van omwonenden.

De kosten van de verbouw van het pand Sint Anthonystraat 6-22 tot dislocatie van De Oldenije gaan het beschikbare budget te boven. Hierdoor is overleg met de overige schoolbesturen (OOGO)
noodzakelijk.

De verantwoordelijkheid voor de bekostiging van de dislocatie Sint Anthonystraat 6-22 van De
Oldenije is als volgt:
Huur van het pand Gemeente Leeuwarden (JOC aan Vastgoed)
Aanpassen lokalen Gemeente Leeuwarden
Binnenonderhoud Stichting Proloog
Exploitatie en beheer (nutskosten e.d.) Stichting Proloog
Buitenonderhoud Stichting Proloog (in overleg met Vastgoed)

E. Westerkerk.

De Westerkerk is in gebruik als poppodium en zal dat ook blijven tot de ingebruikname van het nieuwe poppodium in het Harmoniekwartier (eind 2015).

6

De ruimtes in de kerk zijn bovendien niet geschikt om te gebruiken als klaslokalen. Een combinatie
(poppodium en school) is niet mogelijk, omdat daarvoor niet voldoende ruimte aanwezig is.
Een en ander betekent dat de Westekerk afvalt als oplossing voor de korte termijn van de capaciteitsproblemen van De Oldenije.

F. Voormalige Julianaschool aan de Tweebaksmarkt als dislocatie

Dit pand is particulier eigendom en heeft in het recente verleden gefunctioneerd als depot voor het
Fries Museum. Het pand is per 1 juli 2013 beschikbaar.
In het gebouw zijn totaal 8 lokaalruimtes aanwezig met bijruimtes. Daarmee is er voldoende ruimte beschikbaar om als dislocatie voor De Oldenije te kunnen functioneren (4 klaslokalen).
De aanwezige buitenruimte is beperkt. Aan de voorzijde is ruimte aanwezig om als plein te gebruiken (ca. 290 m²). Achter het schoolpand ligt aan de westkant een kleine (binnen)tuin die via een (op dit moment) afgesloten steeg toegang biedt tot de Voorstreek. De pleinruimte aan de voorkant aan de Tweebaksmarkt is eigendom van de gemeente en wordt op dit moment aan omwonenden verhuurd als parkeerplaats (incl. dienstauto’s provinciaal bestuur). Deze ruimte is vrijwel geheel omringd met (hoge) bebouwing. De omwonenden hebben aan de kant van het plein
(binnenplaats) balkons ingericht. Hierdoor bestaat kans op overlast bij gebruik van dit plein als buitenruimte voor de school.

Het pand is aan de binnen- en aan de buitenkant visueel opgenomen. Het pand verkeert niet in goede staat. Vanwege het gebruik als depot, is het pand verbouwd. Zo is er bijvoorbeeld een tussenverdieping aangebracht om het beschikbare vloeroppervlak te vergroten. De vensters bestaan uit enkel (niet geïsoleerd) glas.

Om het gebouw weer geschikt te maken als schoolgebouw, zullen bouwkundige aanpassingen moeten plaatsvinden.

Er van uitgaande dat het gebouw als dislocatie met 4 lokalen wordt ingezet, kan worden volstaan met het aanpassen van de begane grond. De kosten van deze aanpassingen worden geraamd op ca.
€ 250.000.

De huidige eigenaar heeft per mail aangegeven bereid te zijn het pand aan de gemeente te verkopen. Het gemeentelijk beleid is dat terughoudend wordt omgegaan met het verwerven van vastgoedobjecten. In dit geval zou er feitelijk sprake zijn van een verwerving ten behoeve van de tijdelijke oplossing van een huisvestingsprobleem van De Oldenije. De gemeente heeft geen
(ontwikkel)plannen in de omgeving van de Tweebaksmarkt waarin dit pand een rol zou kunnen spelen.

De eigenaar is ook bereid om het pand aan de gemeente te verhuren. Er van uitgaande dat de gemeente de verbouwing voor zijn rekening neemt, wordt de te betalen huur ingeschat (op basis van de waarde van het pand) op ca. € 20.000 per jaar.

Gezien de omvang van de noodzakelijke aanpassingen en de daarbij behorende procedures is het onmogelijk om de werkzaamheden voor de start van het nieuwe schooljaar te hebben afgerond.
Vanwege de situering van de voormalige Julianaschool met bijbehorende buitenruimte ten opzicht van de omringende bebouwing zijn bezwaren van omwonenden te verwachten in het geval van verbouw tot dislocatie.

De kosten van de verbouw van de voormalige Julianaschool tot dislocatie van De Oldenije gaan het beschikbare budget te boven. Hierdoor is overleg met de overige schoolbesturen (OOGO)
noodzakelijk.

De verantwoordelijkheid voor de bekostiging van de dislocatie voormalige Julianaschool van De
Oldenije is als volgt:
Huur Gemeente Leeuwarden (JOC aan verhuurder)
Aanpassen lokalen Gemeente Leeuwarden
Binnenonderhoud Stichting Proloog
Exploitatie en beheer (nutskosten e.d.) Stichting Proloog
Buitenonderhoud Stichting Proloog (in overleg met verhuurder)

7

Afweging van de alternatieven en conclusie

In onderstaand schema is een overzicht gegeven van de verschillende onderzochte mogelijkheden voor het oplossen van de capaciteitsproblemen van De Oldenije op korte termijn.

De conclusie uit de afweging van de verschillende mogelijkheden is dat het uitbreiden van het gebruik van de Joodse school op dit moment de enige optie is om op korte termijn het capaciteitsprobleem van De Oldenije op te lossen. De benodigde aanpassingen aan het gebouw van de Joodse School (en daarmee de kosten) zijn beperkt. De aanpassingen zijn ook snel te realiseren, zodat de nieuwe klaslokalen meteen aan het begin van het nieuwe schooljaar in gebruik genomen kunnen worden. De kosten die hiermee zijn gemoeid, blijven binnen het op de begroting hiervoor gereserveerde budget, zodat ook geen overleg met overige schoolbesturen (OOGO) noodzakelijk is.
De onderzochte andere mogelijkheden vragen een grotere investering en/of zijn niet tijdig beschikbaar.

Omdat het mogelijk is om het huurcontract voor de Joodse School tussentijds te beëindigen, betekent dit dat, met de keuze voor de Joodse School als tijdelijke oplossing, een andere structurele oplossing voor de capaciteitsproblemen van De Oldenije niet in de weg wordt gestaan.

Privacy-instellingen

Externe media zoals video’s, audiospelers, kaarten en donatieformulieren kunnen gegevens delen met de genoemde externe aanbieder. Ze worden standaard pas geladen nadat je daarvoor kiest. Lees de privacyverklaring