Foto: Liwwadders
Boekenpassage De Rode Loper, 11 november
Het eerste dat ik zie als ik de Boekenpassage binnenloop is een grote stapel Marten Toonders Bommel boeken. Deze staan prominent uitgestald. En ik ben benieuwd hoelang. Er is ooit wel eens een verzamelaar geweest die er naar vroeg, maar ik heb ondertussen geleerd dat verzamelaars eigenlijk nooit vinden waar ze naar zoeken. Dus ook boven deze stapel mooie Bommelboeken zal binnenkort wel een teleurgestelde verzamelaarskop hangen. Net als verzamelaars van Arendsoogboeken. Die vinden ook nooit dat éne nummer dat ze nog niet hebben. Volgens mij vinden verzamelaars het niet vinden van een boek waar ze al heel lang naar zoeken het leukst. Als de boel compleet is hebben ze niets meer te verzamelen.
Het eerste boek dat ik vandaag verkoop is een natuurgidsje. Vanmiddag maar meteen even met deze gids door het Leeuwarder bos, zeg ik tegen de koper terwijl de regen op de koepel van de Boekenpassage klettert. Maar daar wacht hij nog even mee, hoor ik.
Een jongeman komt binnen en vraagt waar de schaakboeken staan. Ik wijs hem naar de drie kasten in de schaakkas. Zijn moeder is bij hem en die blijft aanvankelijk buiten voor de ingang van de kas staan. Dat is knap onhandig want nu kan ik er niet langs voor koffie. Jullie kunnen mooi een potje schaken, zeg ik. De jongeman zit al achter een bord. Er is even wat verwarring omdat hij begrepen heeft dat ik een potje met hem ga schaken. Ik schaak niet als ik werk, zeg ik tegen hem. Anders ook niet, maar dat hoeft hij niet te weten.
Hier zal je man wel blij mee zijn, zeg ik tegen een mevrouw van een jaar of vijftig die het Huishoudboek van Ot en Sien koopt. Het is niet voor hem, zegt ze, het is voor mezelf. In dat geval is je man zeker wel blij. Je hebt nu een boekje waaruit je kunt leren hoe je het huishouden zou kunnen doen. Maar haar man is sowieso blij want die heeft het boek Frictie van Miriam Rasch gevonden. Ik ken het boek niet maar ik krijg er een hele uitleg bij. Het gaat over de ethiek van het dataïsme en of de mens als algoritme te begrijpen is, legt hij me uit. Ik snap er weinig van maar vertel hem wel dat zijn vrouw van plan is vanaf nu het huishouden te doen.
Daarna komt een mevrouw met het boek De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren bij mijn tafel en vertelt er meteen bij dat het een cadeautje is voor haar neefje. U kent mijn reputatie, vraag ik. Ja, iemand had haar al verteld dat ze, als ze in de Rode Loper een jeugdroman ging kopen, ze er meteen bij moest zeggen dat het niet voor haarzelf is. Zo hoort het, denk ik
Daarna vraagt een mevrouw of we boeken van Gerrit Jan Zwier hebben. Ik kijk even bij de reisverhalen maar zeg dan dat ze maar bij de literatuur moet kijken. Even later komt ze bij me met het boek Hoe schrijf ik een bestseller waarin de hoofdpersoon van Zwier, een schrijver van reisverhalen, zich afvraagt wat hij aan zijn verhalen toe moet voegen om er een bestseller van te maken. Erotiek of geweld misschien. Dit boek had Gerrit Jan Zwier zelf eerst even moeten lezen, zeg ik. Maar het is een heel bekende schrijver hoor, zegt de mevrouw. Ja maar hij heeft nog nooit een bestseller geschreven, antwoord ik.
Het laatste boek dat ik verkoop is Mijn broer is een eikel, van Stuart Heritage. Gefeliciteerd zeg ik tegen de mevrouw die het koopt. Ze kijkt me vragend aan. Je broer is toch jarig, zeg ik. Dat klopt en ze wil weten hoe ik dat weet. Nou, je hebt net een leuk cadeautje voor hem gekocht. Het blijkt nog te kloppen ook.
Als ik naar huis loop, denk ik, zou je van een baantje als beginnend boekverkoper ook een beetje helderziende worden? Of krijg ik wat mensenkennis.
Klaas Kasma, beginnend boekverkoper in de Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag, behalve maandag, geopend.



