Door Klaas Kasma
Foto: Liwwadders
Boekenpassage De Rode Loper, 1 augustus
Het fijne van het baantje als beginnend boekverkoper in De Rode Loper is dat ik het kan gebruiken als een soort privé-bibliotheek. Zoals jullie weten sleep ik iedere week wel een paar boeken mee naar huis. Het nadeel is dat, net als in een gewone bibliotheek, ik die boeken ook weer terug moet brengen. Het eerste dat ik doe vandaag, als ik een espresso gedronken heb, is mijn zware tas met boeken legen en de boeken op de plek te leggen waar ze horen. Bij een paar boeken, onder andere ‘De gloed van Sint Petersburg’ van Jan Brokken en ‘Een woord een woord’ van Frank Westerman, twijfel ik toch nog even. Zal ik ze toch niet houden, denk ik. Maar nee. Als ik die nog eens wil lezen komt er vast wel weer eens een exemplaar in de Boekenpassage terecht.
Toch doet het een heel klein beetje zeer als het eerste boek dat ik vandaag afreken juist dat boek van Jan Brokken is. Waarom kwam ik in hemelsnaam vandaag op het idee om die boeken mee te nemen, denk ik als ik haar veel leesplezier toewens. Het tweede boek dat de deur uitgaat heeft ook een poos in mijn boekenkast gestaan. ‘De zuilen van Hercules’. Het verhaal van Paul Theroux over zijn rondreis om de Middellandse zee, met als vertrekpunt de rotsen van Gibraltar en die van het tegenoverliggende Ceuta in Marokko: de zuilen van Hercules zoals ze genoemd worden dus. Daarna zit ik een poosje na te denken over wat leuker is: het verzamelen van boeken dat ik eerst deed of het verkopen van boeken dat ik nu doe.
Ondertussen gebruiken er veel mensen de passage voor het oorspronkelijke doel: zich van de ene straat naar de andere bewegen. Alleen begin ik me er een beetje aan te storen dat er zoveel mensen me voorbij lopen zonder te groeten. Mij, de beginnend boekverkoper die iedereen met een glimlach en een hoopvolle en uitnodigende blik begroet.
Maar dan ineens, terwijl ik verdiept ben in een boek over de bewoners van De Terp, het gebouw waar een aantal jaren geleden mensen woonden waarvan gezegd werd dat ze ietwat onaangepast waren, tikt een man me op het schouder. Kan ik deze afrekenen, vraagt hij en duwt me het boek ‘Bougainville’ van F. Springer onder mijn neus. Het verhaal speelt in Bangladesh. De man is een Springerkenner en weet me te vertellen dat Carel Jan Schneider zoals F. Springer zijn echte naam is, diplomaat in Bangladesh geweest is.
Een man koopt het boek ‘De boumaster fan de Aldehou’ geschreven door Douwe Tamminga. Eindelijk verkoop ik weer eens een Fries boek zeg ik. Die gaan niet zo hard. Daarna raken we in gesprek over de scheve toren. Het is maar goed dat de fundering tijdens het bouwen verzakt is, zeg ik. De man kijkt me even aan. Anders hadden we zo’n monsterlijke bouwwerk als de Domtoren in Utrecht gekregen, zeg ik. Nu hebben we een mooi bescheiden exemplaar waar veel toeristen op afkomen omdat hij scheef staat. Ik krijg niet de indruk dat de man het met mijn stelling eens is. Maar het is een leuk boek, zeg ik.
Het laatste boek dat ik vandaag verkoop is ‘De Republyk’ van Hans van der Heijde. Het vermakelijke verhaal van het uitroepen van een onafhankelijk Friesland. Los gemaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. Veel van de personages die er in spelen zijn te herleiden tot bestaande politici en bekende Friezen. We gaan het cadeau geven aan vrienden die net in Friesland zijn komen wonen, zegt het stel dat het boek koopt. Daar is dit boek uitermate geschikt voor, zeg ik. Het laat zich lezen als een soort inburgeringscursus.
Thuis blader ik het boekje ‘Hoe yoga je leven kan veranderen’ van Johan Noorloos nog even door. Ik lees dat Cornald Maas en Gerard Spong ook aan yoga doen. Welkom bij de club heren, mompel ik in mezelf.
Klaas Kasma, beginnend boekverkoper in Boekenpassage De Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag geopend.


