Foto: Liwwadders
Boekenpassage De Rode Loper, 7 juni
Shit, het is nog steeds een zandbak voor de deur, denk ik als ik bij de Rode Loper aankom. Drie weken geleden is een gedeelte van de straat opgebroken omdat ze die opnieuw gaan inrichten. Maar voorlopig bestaat de straat uit dranghekken, zand en slordig neergesmeten rijplaten. En nu ik na twee weken terug ben van Terschelling is er ogenschijnlijk niets veranderd.
Binnen is er ook niets veranderd gelukkig. Her en der liggen nog stapeltjes boeken die opgeruimd moeten worden. En er liggen op de tafels boeken uitgestald die ik er zelf nooit neergelegd zou hebben. Misschien moet ik maar niet weer zolang wegblijven, denk ik.
Als ik de boel heb opgestart, lichten aan, koffieapparaat aan, de operazender geïnstalleerd en een nieuwe quote op het schoolbord geschreven, ga ik even zitten en om me heen kijken. Ik ben weer thuis, denk ik tevreden.
De tevredenheid wordt wat minder als er een uur lang niemand binnenkomt. Die klotestraat, mopper ik wat in mezelf, maar dan hoor ik iemand binnenkomen. Het is de journalist, één van de regelmatige koffiedrinkers van de Rode Loper. Koffie, zeker, vraag ik voordat hij me kan vragen of ik terug ben. Maar als ik de koffie heb ingeschonken komt er toch eindelijk een serieuze klant binnen. Tenminste dat hoop ik. Het is een mevrouw die geïnteresseerd naar de boeken op tafel kijkt en er soms zelfs even in bladert. En als de journalist en ik de laatste roddels doornemen hoor ik tot mijn grote vreugde een vrouwenstem die vraagt bij wie ze mag afrekenen en of ze met pin kan betalen. Bij mij, zeg ik vrolijk, en zie dat ze een ansichtkaartje van Deventer in haar hand houdt. Goede zaken, zegt de journalist als hij de winkel uitloopt.
Daarna zit ik weer alleen. Even overweeg ik de twee dozen uit te pakken die in de hoek staan. Maar die stonden er ook al voordat ik naar Terschelling vertrok. Die kunnen dus best nog een paar dagen staan. Gelukkig komt er dan een meisje binnen die van de tafel bij de ingang een boekje over vogels heeft gepakt. How much, vraagt ze. Ik schat het op vier euro en dan ben ik weer alleen. Nog een half uurtje denk ik. Dan pak ik een glaasje wijn en daarna ga ik naar huis.
Een collega komt met zijn hondje binnenwandelen. Hij zegt dat hij blij is me weer te zien. Zijn hondje is wat minder blij want ik heb geen hondensnoepjes bij me. Wel zit ik nu een kwartier eerder aan de wijn dan mijn bedoeling was. Terwijl we proosten op mijn terugkeer en elkaar vertellen hoe waardeloos het is dat de straat eruit ligt, moet ik een dvd afrekenen en nog een ansichtkaart, dit keer van Assen. Gisteren was het heel druk hier in de winkel, zegt mijn collega. Drink je glas leeg, zeg ik. Ik sluit de tent. Dan kan ik nog net in Harlingen de laatste boot terug naar Terschelling halen. Als ik toch in een zandbak moet zitten, dan liever daar.
Klaas Kasma, beginnend boekverkoper in boekenpassage De Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag geopend.



