(column: Eric Hoekstra)
Een knuppel voor de afvalligen
In de krant las ik dat allerlei organisaties gaan samenwerken in de strijd tegen vervuiling door plastic. Dat werd gevierd bij een festival bij de Waddenzee te Lauwersoog met de naam WAD ABOUT PLASTIC.
Allereerst: wat een afschuwelijke woordspeling, nee echt! Mijn hersens bloeden nog na van deze woordvervuiling: what / wad about plastic.
Maar laten we de zaak van het afvalprobleem eens breder gaan zien. In plaats van truttig bij de zee subsidie stuk te slaan kun je beter in Leeuwarden met een knuppel op straat gaan staan. Elke keer als een junk of scholier zijn blikje wegwerpt WHAM, een dreun met de knuppel. Op het plaveisel want anders kom je in de bak.
En natuurlijk moet er ook een aantal bedrijven en fabrieken met lucifers kennis maken want ook daar komt veel milieuvervuiling vandaan. Natuurlijk bedoel ik niet in de brand steken, maar gewoon netjes aanbellen bij zo’n vervuiler en een doosje lucifers laten zien en weer weggaan, na beleefd goedendag te hebben gezegd.
Maar dat zal allemaal niet helpen en geweld al helemaal niet. Want wat werkelijk vervuild is, is het binnenste van de mens. Daar is het vies en smerig. En daarom koopt de mens troep en maakt ie troep.
Jep, de mens is een afvallige van Moeder Natuur, een afvaldier en hij zal van de wereld een vuilnisbelt maken, en zijn kinderen zullen erop leven zoals nu al in arme landen het geval is.
Is dat erg? Nee, als ik van thuis naar werk loop, raap ik wel eens wat afval op. En toen had de gemeente weer eens een geluidsoverlastfestival bij de Oldehove georganiseerd, en toen lag alles vol met plastic bekertjes en toen ben ik er maar mee opgehouden. Want van de gemeente kan je niet winnen.
Is dat erg? Nee, alleen een dwaas maakt zich druk om datgene waar ie geen invloed op kan uitoefenen. Sindsdien klap ik in mijn handen elke keer als ik weer zo’n vrolijk gekleurd platgereden blikje zie of als er weer eens een chemische fabriek in brand vliegt of als een tanker in tweeën breekt.
Mijn geloof heet Weldadige Onverschilligheid. Sinds ik me er bij heb aangesloten, ben ik gelukkig.
Er is echter één straat waar ik een uitzondering voor maak, één straat die ik nog wel schoonhoud. En dat is de straat waar ik woon. Dus, stadgenoot, als U ooit door een straat komt, waar geen blikje te bekennen is, waar het nooit naar uitlaatgassen stinkt, waar de rijpe bessen de wandelaar in de mond vallen, waar de oleanders bloeien en waar de leeuw en het lam tezamen liggen, weet dan: daar woont
Eric Hoekstra, weldadig onverschillig te Leeuwarden

