Eric Hoekstra: Hoera, een A-publicatie!

Sinds kort mag ik mij de trotse bezitter noemen van een zogenoemde A-publicatie. Dat is een publicatie in een tijdschrift dat kwa ranking in de hoogste categorie tijdschriften valt in de database van de SCImage Journal Rank Indicator, de meest gezaghebbende indeling op basis van allerlei gemeten criteria (google zelluf maar!). Het betreffende tijdschrift heet “Language and Speech”, en bezit de 78ste plaats in een database van 594 tijdschriften: het zit dus bij de beste 15% van alle tijdschriften.

Nederland doet het trouwens toch goed in wetenschapsland. We staan 14e in de database van de SCImage Journal Rank Indicator. En voor taal en taalkunde staan we zelfs 8e, een teken dat taalkunde een sterk punt van Nederland is. Deze landenranking is zuiver gebaseerd op aantal publicaties. Als je kijkt naar het aantal keren dat een artikel geciteerd wordt, doet Nederland het nog beter (9e voor alle wetenschappen, 5e in de taalkunde).

Zelfs het bezuinigingsgeweld van de afgelopen jaren heeft ons nog niet een slechte positie opgeleverd, al weet ik niet waar we 10 jaar geleden stonden. Maar 8e/5e is prima voor zo’n klein trutland.

Toen ik dit alles enthousiast aan Andries Veldman vertelde (gezaghebbende journo te LWDN), keek hij me wazig aan en vroeg me wat eigenlijk het belang van het desbetreffende artikel was. Belang? Wat ken mij dat bommeh! Ik heb een A-publicatie! De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (de baas van de Fryske Akademy) draagt mij op een schild door Amsterdam! Kortom, het is duidelijk hoezeer ik (en Diederik Stapel en anderen) geperverteerd zijn door de ons opgelegde scoringsdrang.

Maar goed, het artikel in kwestie (met Arjen Versloot geschreven) liet zien welke gokstrategieën mensen gebruiken die het Fries onvolledig hebben aangeleerd in een zin als “Omdat de fandaal syn knyft net ynleverje wollen hat” (feiten van Koeneman & Postma). Voor de werkwoordsgroep “ynleverje wollen hat” vind je allerlei gekke volgordes, maar niet elke volgorde komt even vaak voor. Er zit een systeem in.

Mensen gokken op basis van gelijksoortige zinnen (zinsstructuren) die ze wel kennen, ongeacht of het Nederlands of Fries is. Daar blijkt weer uit dat zinsstructuren dichter bij elkaar zijn opgeslagen in het brein naarmate ze meer op elkaar lijken. De mate van beïnvloeding wordt bepaald door de mate van overeenkomstigheid en door het aantal voorkomens van de overeenkomstige zin. Uiteindelijk zegt ons dit iets over de organisatie van taal in het brein, over het innerlijke universum (hier trompetgeschal laten klinken), en het belang daarbij van frequentie en van overeenkomstigheid. Het lijkt erop dat grammaticale categorieën een afgeleide, een bijverschijnsel zijn van die organisatie van taal door middel van overeenkomstigheid en frequentie.

Kunnen we daar geld mee verdienen? Een exportproduct maken? Een economische toepassing? Nee, op dit moment niet. Hoewel de formuleverhouding tussen frequentie en mate van overeenkomstigheid wel lange-termijn perspectieven biedt voor de simulering door machines van menselijke leerprocessen. En vergeet vooral niet dat veel belangrijke ontdekkingen (Newton, Einstein enz.) pas veel later te gelde konden worden gemaakt. Maar het allerbelangrijkste is: belangrijke ontdekkingen worden alleen in een groot wetenschapsveld gedaan. Zonder middelmaat, zonder middenmoot geen topvoetbal. Barcelona kan niet bestaan zonder de piramide van minder goede elftallen eronder, en zo is het topwetenschap ook. Bezuinig het onderste deel van een prestatiepiramide weg, en de top komt lager te liggen: zo simpel is het. Dat is mijn verdediging van de wetenschap en daar zult U het mee moeten doen.

Eric Hoekstra, toeterend rondrijdend te Leeuwarden

Meer hoogtepunten van Eric Hoekstra hier

Privacy-instellingen

Externe media

Video’s, audiospelers, kaarten en donatieformulieren kunnen gegevens delen met de genoemde externe aanbieder. Ze worden standaard pas geladen nadat je daarvoor kiest.

Lees de privacyverklaring