Experiment uit 1916 zet ruim een eeuw later ons denken over straatverlichting opnieuw op scherp

(tekst: Ruimte voor Lopen via Linkedin)

Een experiment uit 1916 zet ruim een eeuw later ons denken over straatverlichting opnieuw op scherp! Want wat blijkt?

De straat waar voetgangers het snelst reageerden, was níét de straat waar ze zich het veiligst voelden. Onderzoekers Richard Jedon, Antal Haans en Yvonne de Kort van de Technische Universiteit Eindhoven grepen voor hun studie terug op een bijzonder experiment uit de vorige eeuw. Daarin werd onderzocht wat gelijkmatige en ongelijkmatige straatverlichting doet met de aandacht en reactiesnelheid van voetgangers.

De TU/e-onderzoekers deden het experiment opnieuw, met moderne meetapparatuur. 29 deelnemers liepen na zonsondergang over vier verschillende straten op de campus. Vijf minuten per straat, terwijl ze via een koptelefoon onverwachte hoge en lage tonen te horen kregen waarop ze zo snel mogelijk moesten reageren.

De uitkomst is verrassend.
💡 Op de straat met de minst gelijkmatige verlichting reageerden deelnemers gemiddeld het snelst.
💡 De straat met de meest gelijkmatige én sterkste verlichting werd juist als het veiligst ervaren én kreeg de hoogste waardering voor de verlichting.
Dat maakt verlichting voor voetgangers ineens een stuk interessanter dan alleen de vraag: kun je genoeg zien?

De onderzoekers stellen voor om ook te kijken naar wat verlichting doet met alertheid, spanning en veiligheidsbeleving. Juist die combinatie kan ons meer leren over wat voetgangers ’s avonds nodig hebben. En één ding maakt deze studie mooi duidelijk: een wandelvriendelijke openbare ruimte gaat niet alleen over zien waar je loopt. Ook hoe een straat voelt én wat die omgeving met je aandacht doet, verdient een plek in het ontwerp.

Het onderzoek verscheen in Journal of Global Environmental Psychology.