Freek van Tuinen: Ik heb altijd redelijk integer gehandeld en de waarheid nooit geweld aangedaan

Ook deze zomer weer enkele prachtige verhalen opgediept uit ons archief; september 2001, beeld Roelof van der Schaaf

Freek van Tuinen en zijn Kruiden en Keramiek

‘’Ik mut altied fief dingen tegeliek doen’’

Freek van Tuinen schreef als journalist opmerkelijke stukken voor diverse media. Of het nou ging om Hans Groenen van Schiermonnikoog, de schrijver Wilco Bergman of de affaire rond de burgemeesters Faber en Smallenbroek, Van Tuinen ploos het uit. Na dertig jaar journalistiek (‘’ach, het is toch eigenlijk steeds hetzelfde’’) opende hij zijn winkel Kruiden en Keramiek in de Kleine Kerkstraat.

Achter de toonbank met blikken en potten piri piri, dragon, slakruiden, foelie, afslankthee, sint janskruid en pompoenpitten staat Freek van Tuinen honderduit te vertellen. De winkel in de Kleine Kerkstraat, in het pand waar ooit valse dollars gedrukt werden, staat bol van de aroma’s. ‘’Die sterke geur? Dat ben ik’’, zo begint hij opgewekt. ‘’Wassen en tandenpoetsen staan mij eigenlijk tegen. Als het even kan, vergeet ik het.’’ Komijn, koriander, muskaat en kaneel, maar liefst driehonderd soorten verkoopt de moderne kruidenman. Van Moosdijk, ooit spectaculair ontmaskerd door Willem Duys, is er niks bij. ‘’Misselijk van die geur? Na tien minuten ruik je het niet meer.’’

Maar wat doet een journalist nu met een kruidenwinkel? ‘’Ik heb een geweldige energie. Een enorme drive. Mut altied fief dingen tegeliek doen. Der is niemand die mij inne stress krijt. Ik hou van druk. Dan presteer ik het best. Ik hou van handel. Soms kocht ik wat drachtige schapen, dan had ik weer acht boten tegelijk. Een ramp in huis? Margreet roept wel eens: doe nou eens normaal, maar toch ben ik m’n hele leven al met haar getrouwd.’’

Hij komt uit een geslacht met dominees, orgelspelers en kooplui. Daar zal het wel mee te maken hebben. ‘’Dat heb ik uitgezocht. Het gaat terug tot 1400. Er zit een geweldige tegenstrijdigheid in mij. Eigenlijk ben ik een braaf kereltsje, maar soms ook zo obstinaat als de hel.’’

Of zijn geboorteplaats ’t Haantje bij Jelsum in de gemeente Leeuwarden of Leeuwarderadeel ligt, zegt hij niet te weten. Ook hoelang hij getrouwd is met Margreet wordt geschat en zelfs is er een fractie van een seconde aarzeling als de naam van een van zijn dochters ter sprake komt. Wat zijn privéleven betreft lijkt Van Tuinen het oog voor details te missen. Toch schreef hij uiterst gedetailleerd over de dronkenmansaffaire rond de burgemeesters Faber (Hoogeveen) en Smallenbroek (Smallingerland), de al te fantasierijke schrijver Wilco Bergman en de opmerkelijke eilander Hans Groenen. Hij bracht een wethouder in Leek ten val en stootte de burgemeester van Aduard van zijn voetstuk. ‘’Die kwam tijdens een aubade in pyjama naar buiten en vroeg zich af wat dat gesodemieter voor zijn deur te betekenen had.’’ De Telegraaf wist er wel raad mee.

Ook op zijn radioreportage voor Omrop Fryslân over Sonja de Vries van de discutabele Andreusstichting kijkt hij met tevredenheid terug. ‘’Dat heeft mij destijds diep geraakt. Door die stichting werd ernstig misbruik gemaakt van mensen die ten einde raad waren. Daar werd geld van geplukt. De Vries joeg mooie, fijne gezinnen uit elkaar. Dan kom je erachter dat mensen heel gemakkelijk achter bepaalde denkbeelden aanlopen. In wanhoop slaat de gekte toe. Sonja de Vries, ze is nog altijd actief in Friesland, is een groot gevaar.’’

Gezeten op een handgemaakt Romaans badstoeltje (f. 179) tussen allerlei onduidelijke rommelarijtjes zegt Van Tuinen zeer tevreden te zijn met zijn huidige nering. ‘’Hier komen mensen die van koken houden, en dat zijn bijna altijd leuke mensen.’’ Hij is gek van Portugal, vandaar de import van aardewerk, smeedijzer en harspotten. Potten die eruit zien alsof er een kolonie duiven op heeft zitten schijten. ‘’Die potten zijn bedoeld als decoratie. Ze zijn niet aan te slepen.’’ De handel is wat hem drijft. ‘’Inkopen is voor mij een sport. Daar ben ik heel precies in. Ik mag graag onderhandelen over de prijs.’’ Regelmatig vliegt hij naar Porto, waar hij een auto huurt om het land in te trekken. ‘’Ik koop geen standaard maar laat vaak een eigen ontwerp achter. Die twee grote potten die daar staan zijn honderd jaar oud. Nee, dat mos heb ik er niet opgesmeerd.’’ Ze komen tot kruishoogte en Van Tuinen wil er f. 550 voor beuren. ‘’Twee voor duizend gulden.’’ Hij keuvelt wat met de overbuurvrouw en doet de zaak gewoon even dicht voor het halen van De Telegraaf en een doosje sigaren. “Het mocht van de baas.’’

Van Tuinen is van 1945. ‘’Ik hew even keken of de oorlog foorbij was en dacht: nou ken ik der wel út’’. De lagere school stond in de Leeuwerikstraat, waar de Jelsumer kinderen iedere dag naartoe liepen. Via de mulo belandde hij op het Grafisch Lyceum in Utrecht. ‘’De school voor de journalistiek was er toen nog niet. Ik schreef toen al voor dorpsbladen en kranten en voor de kynologenclub.’’ Later namen gerenommeerde landelijke uitgevers materiaal van hem af. ‘’Voor Spaarnestad (Panorama) heb ik veel gewerkt. Ik pakte alles op, ook fotografie. Maar geen sensatiespul of opblazerij. Altijd probeerde ik een gedegen basis te leggen waarop ik voort kon bouwen. Ik heb altijd redelijk integer gehandeld en de waarheid nooit geweld aangedaan. Het liefst wilde ik schrijver worden. Het zat in mij, maar je moet er wel van kunnen bestaan.’’ Hij bespeurt hier weer een tegenstrijdigheid. ‘’Ik ben geen bohemien, maar toch is er de hang naar het bohemien-achtige leven en tegelijkertijd het verlangen naar zekerheden. Het losse en wilde en het georganiseerde. Toen ik in Bartlehiem woonde mocht ik ’s nachts graag poeren. Ik ben een volledige tweeling, het moet zo zijn: zo schizofreen als de hel.’’

Andries Veldman

==========================

Aangifte van diefstal is zinloos

‘’Laatst ging er iemand met een groot aardewerkbord vandoor. Een mooi stuk, ingekerfd en beschilderd door een plateelschilder. De waarde was f. 2600. Ik had het met ijzerdraad aan de muur bevestigd. Het werd gewoon losgeknipt. Ook werd nog niet zo lang geleden een hele set olijfpotten en oliekannen werd uit mijn winkel gestolen. Een week later zie ik die set even verderop in de straat tijdens een rommelmarkt staan. Ik kon de potten terugkopen voor vijf gulden per stuk!’’ Freek van Tuinen van de winkel Kruiden en Keramiek heeft het geloof in de politie verloren. ‘’Nee, aangifte van diefstal doe ik niet meer. Dat heeft geen zin, misschien alleen voor de statistiek.’’