Foto: Simon van der Woude

Uit het nieuwste nummer van het Stadsblad Liwwadders
Garage Van der Heide en Ritskes
‘Elektrisch? Daar beginne we niet an’
‘Ik hew ut wel un bitsje had.’ Eigenlijk zouden Henk Ritskes en Willem van der Heide een punt achter hun monteurscarrière willen zetten. Henk: ‘Ik bin nou 61 en begon met werken toen ik zestien was. Ik hew lang genoeg werkt.’ Toch gaan ze nog even door in hun garagebedrijf, dat gevestigd is achter de Willem Loréstraat.
Via een steeg dat geplaveid is met onvervalste Belgische kasseien komt de verslaggever terecht op een terrein waar een bonte verzameling gebruikte auto’s, boten en aanhangers staat opgesteld. Een Lancia Fulvia 3 lijkt te verlangen naar Italiaanse costa’s. Een zwarte Opel Manta heeft ook zijn beste tijd achter de rug. Verderop staan vier aanhangwagens van uiteenlopende soorten opgesteld. Twee speedboten op trailers hebben lange tijd geen water gezien. Een zeilboot staat weggedrukt in een hoek. Grenzend aan het terrein staat het garagebedrijf, dat bestaat uit een ruimte met drie Stertil/Koni autobruggen. Radio Veronica voert er de boventoon. Dit is het garage-imperium van Van der Heide en Ritskes, goed voor al uw reparatiewerk. ‘Behalve elektrisch, daar beginne we niet an.’
tekst loopt door onder de foto
Het bedrijf van Van der Heide en Ritskes staat ver af van de reguliere garagebedrijven waar de klant zich koning waant en via een rode loper zijn beurs mag leegschudden op het bureau van de sales executive. De enige overeenkomst met een bedrijf zoals bijvoorbeeld Van Mossel is dat ook hier de ketchupfles een onmisbaar attribuut is in de kantine. Die kantines verschillen overigens als het om de afmetingen gaat. Waar je bij Van Mossel kunt spreken van een kleine balzaal, waar het personeel de boterhammen nuttigt, naar het toilet kan en een douche kan nemen (en iedereen zijn eigen ketchupfles heeft die voor direct gebruik omgekeerd op de tafels staan), is de ruimte in de Willem Loréstraat amper groter dan een kleine eenpersoonsslaapkamer. Wel een met aan boord alle benodigdheden om in de garagewereld overeind te blijven: koffiezetapparaat, tosti-ijzer, kookplaat (‘foor de knakworstjes’), magnetron (‘die brúke we niet’) en uiteraard de kalender met voluptueuze pin-ups.
tekst loopt door onder de foto
Henk, die het woord voert – van Willem (60) hoeft de publicitaire belangstelling niet zo – vertelt dat zijn eerste stappen als monteur in de smeerkuil liggen. Daar begon hij als leerling-monteur nadat hij de opleiding aan de Christelijke Lagere Technische School aan de Cornelis Trooststraat met succes had gevolgd. Die smeerkuil stond in het garagepand van Opel-dealer Engelsma en Wijnia aan de Groningerstraatweg. Nu al weer dertig jaar staan de twee monteurs zij aan zij in het bedrijf dat voordien toebehoorde aan autospuiterij Eisma, waar roemruchte werknemers als Max Jeeninga (administrateur) en Otto van Gelderen (autospuiter en bekend van exploderende pinautomaten) hun brood verdienden en, volgens eigen zeggen, eersteklas werk afleverden.
De kleine garage staat propvol gebruikte materialen en gereedschappen. Terwijl Henk een distributieriem in een grijze Peugeot, met het onvermijdelijke wondermiddel WD40 onder handbereik, vervangt, loopt Willem met een looplamp een witte VW Polo na. De Polo moet worden gekeurd. Het keuren en repareren van te keuren auto’s vormt het hoofdbestanddeel van het werk in de garage. ‘We keuren zo’n vijftig auto’s in de week, 250 in de maand’, vertelt Henk aan de tafel in de sfeervolle kantine, waar een Nutellapot prominent staat opgesteld. De twee monteurs, er lopen overigens meerdere personen rond de auto’s, hopen het nog een paar jaar vol te houden. Automaterialenhandel Koskamp levert bijna op het uur. Het repareren van de gangbare benzine- en dieselauto’s kunnen de mannen met twee vingers in de neus (‘se wete oans wel te finen’), maar ze blijven ver van alle hocus-pocus rond elektrische wagens. ‘Die sture we deur, naar Marcel.’
Andries Veldman – foto’s: Simon van der Woude





