Foto: HCL

door Ben Stegeman
De middag in Slieker en het Fries Museum werd geopend door het EBLT, het Mercator Europees Kenniscentrum en Slieker Film, die voor de twaalfde keer op rij lieten zien dat taalminderheden een podium verdienen. De keuze voor de film Amrum (geregisseerd door Fatih Akin) bleek een schot in de roos. De film, gebaseerd op de autobiografische roman van Hark Bohm, nam de toeschouwers mee naar de laatste, chaotische weken van de Tweede Wereldoorlog op het gelijknamige Duitse Waddeneiland.
Tijdens de opening werd er uitgelegd dat het Noord-Fries niet zomaar een dialect is, maar een eigenstandige tak van de Friese taal familie, gesproken door een gemeenschap die zowel het vasteland als de eilanden van Noord-Duitsland bewoont. In de film werd de taal de stem van de twaalfjarige Nanning. Terwijl hij op het eiland probeert zijn familie te voeden in een tijd van schaarste, wordt hij geconfronteerd met de loodzware nazi-overtuigingen van zijn ouders. De film toonde op meesterlijke wijze hoe een moedertaal een veilige haven kan zijn in een wereld die moreel en fysiek uit elkaar valt.
De brug naar het Liwwadders
Na de vertoning van de film verschoof de focus van de Noord-Friese eilanden naar de straten van Leeuwarden. Want hoewel Amrum ver weg lijkt, is de strijd voor het behoud van de eigen taal voor de Leeuwarders zeer herkenbaar. De overgang naar het Liwwadder taal- en kunstproject voelde organisch; het was een viering van de eigenheid die vaak onder druk staat van de nationale eenheidsworst.
Dit project vond zijn inspiratie in de literatuur. Centraal stond het boek ‘Ik rúk al aardech naar de schep’ van Ezra Efdé. Efdé staat bekend om zijn vermogen om de ziel van de stad en haar bewoners te vangen in woorden die zowel rauw als poëtisch zijn. Zijn werk vormde de basis voor een nieuw initiatief dat de promotie van het Liwwadders (of ‘Leewaddes’) naar een breder publiek moet tillen.
De Presentatie: Vloeibare Cultuur van Grutte Pier
Het hoogtepunt van de middag was de presentatie van drie nieuwe speciaalbiertjes van de bekende Brouwerij Grutte Pier. De brouwers hebben geprobeerd de essentie van de Liwwadder taal te vangen in smaak. De bieren zijn niet alleen vernoemd naar iconische termen uit het stadsdialect, maar zijn ook bedoeld als gespreksstarter om de taal weer levend te maken aan de bar en op het terras.
Bijvoorbeeld Lulhannes: Een bier dat de humor en de relativeringszin van de Leeuwarder weerspiegelt. In het Liwwadders is een ‘lulhannes’ iemand die onhandig is of onzin uitkraamt, maar altijd met een zekere mate van sympathie.
Muzikale ziel: Trio Ossekop
Terwijl de eerste glazen werden ingeschonken, werd de foyer gevuld met de onmiskenbare klanken van Trio Ossekop. Voor wie de Leeuwarder volkscultuur een warm hart toedraagt, is dit gezelschap een instituut. Met hun instrumenten en ongeveinsde liefde voor het stadsdialect gaven zij het project direct een ziel.
Het trio, bekend om hun vermogen de lach en de traan van de stad te vangen, speelde gisteren niet zomaar een setje liedjes. Zij zorgden ervoor dat de aanwezigen niet alleen de taal proefden in het bier, maar ook voelden in de muziek.
Conclusie: Een levende taal
De presentatie van de bieren markeerde het startschot van een breder kunstproject. Het laat zien dat moedertaal niet alleen thuishoort in stoffige boeken of in wetenschappelijke inleidingen, maar juist daar waar mensen samenkomen. Of het nu gaat om het indringende Noord-Fries in de bioscoopzaal of de krachtige termen op een bieretiket; de boodschap gisteren op het Zaailand was duidelijk. Onze taal is de bril waardoor we naar de wereld kijken.
Het was een dag van erkenning. Voor de bewoners van Amrum, voor de lezers van Ezra Efdé, en voor iedere Liwwadder die trots is op zijn ‘stadsje’. Met de combinatie van film, taalwetenschap en de brouwkunst van Grutte Pier werd bewezen dat de moedertaal springlevend is en bovendien erg goed smaakt.

