Ook in deze zomer weer enkele prachtige verhalen opgediept uit ons archief; voorjaar 2024
‘Heel veel succes. Dit is wel een speciale dag.’ Vaste klanten van Wilken Beenmode lopen zaterdag af en aan nu de winkel in de Peperstraat definitief de deur op slot gooit. Eigenaresse Annemarie Wilken, die de gespecialiseerde winkel in 2017 van haar moeder Annie overnam, vindt het wel mooi geweest. De Peperstraat is de Peperstraat niet meer en corona gaf het laatste duwtje. Ze neemt in het najaar een bed and breakfast met negen kamers in Beieren over.
Annie Wilken die achter in de zaak aan een tafel vol met laatste koopjes zit, heeft er vrede mee. ‘Ik ben nu 78 jaar. Het is wel mooi zo.’ Wilken wil het eigenlijk niet hardop zeggen, maar er is de laatste jaren zoveel veranderd dat de keuze om te stoppen steeds gemakkelijker werd. De straat, de economie tijdens en na corona, verkopen via het internet en zelfs de afname van klandizie van studenten van de hogere hotelschool: ze vormen allemaal een reden tot afscheid.
Zesendertig jaar geleden, toen de Groningse Annie Wilken in de Peperstraat neerstreek, was alles gewoon anders. ‘De Peperstraat bestond uit zelfstandige winkeliers die hart hadden voor hun zaak en waren gespecialiseerd. Eerst zat ik aan de overkant in een huurpand. Na een paar jaar ben ik verhuisd en kon ik het pand van juwelier Van Wieren kopen. Naast ons had je de juweliers André en Hillegonda Rolf en kantoorboekhandel Van Wieren. Modehuis Parkins zat hier, dat was een eersteklas modezaak voor vrouwen. Sommige voormalige ondernemers zijn nog langs geweest om afscheid van ons te nemen.’
Opnieuw gaat de stem omlaag als Annie Wilken over de binnenstadstraat praat. Zelfs de Weaze is niet meer wat het geweest is. ‘We hadden eens een partij Wolford zonnebrillen. Dure brillen, die verkochten we zo aan de werkers hier om de hoek.’ Door een vriendin werd ze destijds op het spoor gezet van de beenmode. ‘Ze had een kousenwinkel in Groningen en die liep zeer voorspoedig. Ze adviseerde mij om ook zo’n zaak te beginnen, zo ben ik in Leeuwarden terechtgekomen. Mijn man, die in het onderwijs zat, vond wel dat ik het alleen moest doen. Niet met een compagnon. Ik ben gewoon op de bonnefooi begonnen.’
Ze streken eenendertig jaar geleden in Kollum neer, omdat die plaats perfect gelegen was tussen Leeuwarden en Groningen, waar haar man les gaf. Leeuwarden kende in die tijd al enkele ‘beenmodezaken’, waaronder die van Sits in de Doelesteeg, die bestierd werd door de ouders van de later bekend geworden journalist Ria Bremer. ‘Met Sits hadden we goed contact. Toen zij stopten, hebben we veel handel van hen overgenomen. Je had ook nog even Voetiki in winkelcentrum Zaailand. Die bazuinde rond dat wij het niet lang zouden maken. Maar zelf verdween hij al snel.’ Korte tijd had Wilken Beenmode nog een zaak in Drachten. ‘Je aandacht verdelen over twee zaken was toch wel wat veel.’
‘Waarom mensen naar een sokkenwinkel gaan? Nou, om een goed advies. Is het niet, Femke?’ De oud-werkneemster, nu werkzaam bij het CJIB, beaamt het volmondig. Ze zegt: ‘Je kijkt naar wat bij elkaar past. En je beoordeelt de maatvoering.’ Annie Wilken: ‘Dat missen ze wanneer ze aankopen doen op het internet.’ Wilken verbaast zich enigszins hoe de markt in relatief korte tijd is veranderd. ‘Panty’s waren soms niet aan te slepen. We gaven ze gewoon over vanachter de toonbank. De studenten van de hogere hotelschool waren vaste klant. Ze hadden allerlei bijbaantjes en konden zich kwaliteitsgoederen permitteren. We verkochten veel boxershorts. Tijdens de definitieve opruiming heb ik geen een student gezien.’
Even is nog overwogen om de zaak te verplaatsen naar een pand op de Nieuwestad. Het werd plussen en minnen. De min gaf de doorslag. Vandaag wordt het pand, tot verdriet van velen, ontruimd.
Andries Veldman



