‘Ik dacht dat het hier allemaal goed ging.’ Wethouder Nathalie Kramers (GroenLinks/PvdA) keek zaterdagmorgen verbaasd op van de problematiek die zij tijdens een bijeenkomst van GroenLinks/PvdA in Us Doarpshûs in Wergea voor de voeten kreeg geworpen. De tien aanwezigen beaamden dat veel in het ‘rode’ dorp met 1800 inwoners goed gaat, maar er waren ook zaken die onoplosbaar leken of in ieder geval slechts met veel moeite gerealiseerd lijken te kunnen worden. ‘Je praat als vrijwilliger tegen een muur aan’, aldus vrijwilliger Marjan Houkes.
Houkes zou bijvoorbeeld graag een pedagoog aan het werk zien bij basisschool De Twamêster. Daar is het regelmatig chaos. Volgens Houkes kan de school niet zonder professionele begeleiding nu ouders het te dikwijls laten afweten bij simpele klussen zoals leesbevordering of toezicht. Om een pedagoog op school te krijgen is Houkes in de materie rond het aanvragen voor subsidies gedoken en raakte toen verstrikt in een wirwar van regels en bepalingen. Er wordt veel te veel gevraagd en dat is niet te doen voor een goedwillende vrijwilliger. Bij organisaties als de GGD (gezondheidsdienst) en Amaryllis (sociaal werk) heeft ze haar neus gestoten, die houden de boot af. ‘Het is moeilijk om hier binnen te komen. Deze instellingen zijn aanbodgericht en niet in staat om maatwerk te leveren of mee te denken over wat we nodig hebben. Op papier klopt het allemaal wat ze zeggen, maar daar hebben we in de praktijk weinig aan.’
Wethouder Kramers zei de problematiek te herkennen. Haar handreiking was beperkt en behelsde het voorstel om ‘iemand’ de kar te laten trekken en de problematiek in kaart te brengen. PvdA-fractievoorzitter en dorpsgenoot Lydia van Santen suggereerde een snelkookpansessie. Een van de aanwezigen vond dat de vrije opvoeding uit de hand is gelopen: ‘Als je er iets van zegt, krijg je meteen een grote bek. Misschien kan een liniaal weer eens uitkomst bieden.’ Ook werd opgemerkt (het klonk als een dreigement) dat het contract met Amaryllis in 2028 afloopt. Van Santen: ‘Dan moet het sociale werk weer worden aanbesteed.’ Of de in het dorp actieve jongerenwerkers uitkomst kunnen bieden? ‘Die worden teruggefloten door hun leidinggevenden.’ Marjan Houkes: ‘De directeur van Amaryllis moet zijn gezicht hier eens laten zien.’
De huisvesting van de Wergeasters bleek eveneens een onderwerp waar het tiental leden, verzameld rond een ronde koffietafel, niet over uitgepraat raakte. Oud-raadslid Wietse Martens vertelde dat hij in een te groot huis woont en graag zou verkassen naar een kleinere woning. Het nieuwe bouwplan dat in ontwikkeling was, en waar hij zich voor had ingeschreven, kon hem echter niet bekoren. Of dit bijdraagt tot de gewenste doorstroming waagde Martens te betwijfelen. Een ander plan om achttien flats (‘noem het geen appartementen, want dan stijgt de prijs’) om te bouwen tot ouderenvoorziening was mislukt. Wel had hij een compliment en een vraag. De pilot om dorpsgebonden jongeren voorrang te geven bij huisvesting liep naar behoren, maar waarom wordt de pilot dan niet omgezet in bestaand beleid?
Rinie Boermans richtte haar pijlen op woningcorporatie Elkien, die maar beperkt in actie komt bij klachten van bewoners van 55 huurwoningen in vier straten in Wergea. Volgens Boermans weet de woningcorporatie precies wat er aan de hand is maar weigert met structurele oplossingen te komen. ‘We hebben veel klachten over Elkien.’ Martens: ‘Ze zeggen dat het aantal huurwoningen wel minder kan. In andere dorpen zijn ze bezig huurwoningen te verkopen. Het is gewoon asociaal.’ Frans Slaterus: ‘De gemeente is angstig om wooncorporaties aan te pakken.’ Boermans: ‘Er zijn hier straten met woningen waar je niet kunt wonen. Elkien neemt haar huurders niet serieus. Zet de kachel maar hoger en ventileer meer, is hun advies. Het ligt dus aan jou als je schimmel op de muur hebt en slakken.’ Boermans was evenmin te spreken over huurdersbelang die voor de huurder op zou moeten komen. ‘Dat contact is lastig. Op papier doen zij netjes hun werk.’ Frans Slaterus: ‘Dergelijke zaken moet je aan de voorkant oppakken. Dan bespaar je latere kosten en werk je tegelijkertijd aan levensverbetering.’ Slaterus, vrijwilliger in het dorpshuis, noemde de PvdA een machtspartij. Hij zou graag willen dat die houding omgezet wordt in krachtdadige daden in de richting van organisaties zoals Elkien. Ook zei de vrijwilliger zich zorgen te maken over de toekomst van Us Doarpshûs wanneer er een andere politieke wind in het dorp gaat waaien.

