
door Ben Stegeman
Lokale bluf en groene daden: De PvdD in Neushoorn
Terwijl de landelijke politiek vaak blijft hangen in abstracte discussies over globalistische klimaatdoelen en stroperige verdragen, bewees de lokale afdeling van de Partij voor de Dieren (PvdD) gisteren in café De Neushoorn dat de echte verandering op de vierkante meter begint. Tijdens een goed bezocht Politiek Café werd duidelijk dat de weg naar een houdbaar Leeuwarden niet alleen geplaveid is met goede bedoelingen, maar vooral met concrete actie en een flinke dosis Friese nuchterheid.
De scherpe blik van Johannes Beers
Johannes Beers, fractievoorzitter en de eenmansfractie die namens de PvdD de vinger aan de pols houdt in de Leeuwarder raad, opende de middag met een inleiding die geen spaan heel liet van het huidige beleid op sommige dossiers. Beers herinnerde de aanwezigen aan de kwetsbaarheid van onze natuur; het feit dat de vogelgriep inmiddels tien procent van de kraanvogelpopulatie heeft weggevaagd, is een ecologische tragedie die veel te weinig aandacht krijgt in het stadhuis.
Beers keek ook naar de stenen en de sociale rechtvaardigheid in de stad. De komst van het nieuwe Van der Valk hotel in het oude belastingkantoor is hem een doorn in het oog. Volgens Beers wordt hier een iconisch publiek gebouw opgeofferd aan de elite: “Het worden kamers voor mensen met geld. Heel veel geld,” was zijn nuchtere conclusie. Ondertussen worden de gewone bewoners vergeten. Neem de toekomstige bewoners van Barrahûs; het besluit om daar geen geluidsscherm te plaatsen noemde Beers een schande en een enorme teleurstelling. Hoe gaat de gemeente, die inmiddels twintig mensen op de loonlijst heeft staan voor de energietransitie, dit soort menselijke en ecologische missers oplossen?
Bouwe de Boer: Van subsidie-nul naar fossielvrij
Na de politieke aftrap was het woord aan Bouwe de Boer, de energiecommissaris van Fryslân. Zijn verhaal was een lesje in doorzettingsvermogen. Hij nam ons mee naar de begintijd van ‘Fossylfrij Fryslân’, een project om twee weken lang geen druppel fossiele brandstof te gebruiken voor vervoer. Hoewel de Culturele Hoofdstad in eerste instantie een miljoen euro subsidie beloofde, bleef de teller uiteindelijk op nul staan. In plaats van bij de pakken neer te zitten, zocht De Boer de samenwerking met het bedrijfsleven. Veertig bedrijven sprongen in het gat, wat resulteerde in de oprichting van de ‘Freonen fan Fossylfrij Fryslân’.
Op de vraag van Beers hoe een fossielvrije dag er in de praktijk uitziet, schetste De Boer een optimistisch beeld. Een huis dat volledig elektrisch verwarmd wordt en de komst van enorme batterij-opslagsystemen om pieken in de energievoorziening op te vangen. Volgens De Boer maakt nood de man innovatief: “Hoe groter de problemen zijn, hoe creatiever mensen worden.” Met inmiddels 75 energiecoöperaties in Friesland, waarbij bewoners zelf eigenaar zijn van hun energieprojecten, is de burger de overheid vaak al lang gepasseerd. Zelfs de vliegbasis, vermoedelijk de grootste vervuiler van de stad, beweegt via projecten als ‘Friesland Bloeit’ langzaam richting alternatieve brandstoffen en een groenere koers.
De luis in de pels bouwt mee
Nadat ‘Dichter voor de Dieren’ Geert Tigchelaar de zaal tot nadenken stemde met drie rake gedichten, schoof Tjeerd Hofstra van Urgenda aan. Waar Urgenda vaak wordt weggezet als de juridische luis in de pels van de Staat, liet Hofstra zien dat de organisatie ook met de voeten in de klei staat. Met projecten rondom kruidenrijk grasland hebben ze een ingang gevonden bij de agrarische gemeenschap. Inmiddels zijn er al vele hectares omgebouwd tot natuurrijke weiden, wat laat zien dat boeren en natuurorganisaties wel degelijk kunnen samenwerken.
Hofstra vatte de zes cruciale pijlers voor een gezond Friesland glashelder samen:
Geen kunstmest meer op het land.
Geen of nagenoeg geen pesticiden gebruiken.
Zorg voor meer heggen en hagen in het landschap.
Plant op grote schaal meer bomen.
Kies voor extensieve veeteelt in plaats van intensieve industrie.
De koeien horen weer in de wei te staan.
Zijn eindadvies aan de zaal was simpel: bouw op plekken waar je de natuur niet belast en bouw altijd groen. De middag in De Neushoorn liet zien dat de PvdD Leeuwarden geen partij is van alleen maar ‘nee’ zeggen tegen vervuiling, maar vooral een partij van ‘ja’ zeggen tegen lokale, tastbare oplossingen. De landelijke politiek mag dan blijven hangen in dromen, in Leeuwarden stropen ze de mouwen op.
