BOEKENPASSAGE DE RODE LOPER 6 september
Nee, zeg ik, dit boek ken ik niet. Er staan twee meisjes bij mijn tafel. Eentje wil het boek ‘Sanne’ van de Noorse schrijfster Herbjorg Wassmo kopen. Ik lees eigenlijk nooit boeken van Scandinavische schrijvers. Ik vind de namen van de personages die er in voor komen te moeilijk. Ze kijkt me vragend aan. Ik noem een paar namen op: Guômundur, Ôlafur, Bjargheiôur, dit soort namen onthoud ik niet als ik aan het lezen ben. Maar laat je door mij niet weerhouden dit boek te kopen. Dat doet ze gelukkig ook niet. Haar vriendin koopt een dertiendelige dvd box van Monty Pyhton. Je hebt geluk dat je hem nu koopt, zeg ik tegen haar. Anders had ik hem vanavond zelf mee naar huis genomen. Maar nu heb jij de box gekocht. Helaas heb ik geen tijd om hem samen met je te kijken. Gelukkig, zegt ze. Bedoelt ze nou gelukkig dat ze hem op tijd heeft kunnen kopen of dat ik geen tijd heb om samen met haar naar Monty Pyhton te kijken, vraag ik me af als de meisjes lachend weglopen.
Veel tijd om er over na te denken heb ik niet. Ik moet ansichtkaarten en puzzels afrekenen. Ze zijn toch wel compleet, vraagt de mevrouw die de puzzels koopt. Het zijn puzzels van duizend stukjes, zeg ik. Dan is negenhonderd negenennegentig toch ook goed. Ik zie dat ze overweegt de puzzels weer terug te leggen. Dat moet uiteraard niet en ik stel haar gerust door te zeggen dat alle puzzels eerst een keertje gelegd worden om te kijken of ze compleet zijn.
Jij houdt van Nederlandse literatuur, zeg ik tegen een meisje dat drie boeken tegelijk koopt. ‘Makkelijk leven’ van Herman Koch, ‘Het beloofde land’ van Adriaan van Dis en ‘Troost’ van Ronald Giphart. Dit is een heel vervelend boek, zeg ik tegen het meisje als ik Troost op de verkooplijst schrijf. Waarom, vraagt ze. Dat komt misschien omdat ik vroeger kok was, zeg ik. En dit boek gaat over een kok met sterallures. Maar die Giphart weet helemaal niet hoe het leven van een kok eruit ziet. Van mij mag je het lezen, maar ik zou vanavond met eentje van de andere twee beginnen. En voor je met het boek van Giphart begint eerst een glas wijn drinken. Dan is het misschien te verdragen. Het is maar een advies hè. Dank je wel, zegt ze. Maar ik weet niet of ik je advies opvolg. Ik zucht even diep. Dat doen vrouwen in mijn buurt nooit, zeg ik.
En dan koopt iemand zomaar een gedichtenbundel van K Schippers, ‘Een leeuwerik boven een weiland’. Jullie hebben wel een hele uitgebreide collectie poëzie hier, zegt de koper. Ik vertel hem dat we net heel veel nieuwe poëzie hebben binnengekregen. Maar dat ondanks het leuren op Facebook er nog niet veel van verkocht is. Jammer, zegt de man als hij de bundel in zijn tas stopt. We praten nog even maar ik krijg hem niet zover dat hij nog een bundeltje koopt. Maar ik verkoop nog wel het boek ‘Liefde in tijden van cholera’ van Gabriel Garcia Márquez. Enkele jaren geleden heb ik het zelf gelezen. Wat zou dat toch zijn, denk ik later, waarom verkoop ik liever boeken die ik zelf mooi vind, dan boeken waar ik niks aan vind.
Het laatste boek dat ik vandaag verkoop is ‘Argentijnse avonden’ van Carolijn Visser. Een familie geschiedenis van een Nederlands meisje dat opgroeit in Argentinië en veel later daar als consul de Koninklijke familie ontvangt.
Als ik naar huis loop denk ik aan mijn reizen naar Argentinië, lang geleden. En aan de boekenkisten op het schip, die ik meestal halverwege de reis al uitgelezen had. En daarna in een haven naarstig op zoek moest naar een Nederlands schip dat een boekenkist wilde ruilen.
Klaas Kasma beginnend boekverkoper, en voorheen scheepskok, in de boekenpassage De Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag geopend.


