Nu zit ik hier met een gebroken geweertje op de revers oorlogsboeken te verkopen, denk ik. Ik, de grootste antimilitarist van de stad

Foto: Liwwadders

Boekenpassage De Rode Loper, 11 april

Kunst kan pijnlijk zijn, denk ik met een net ingehouden vloek. Tegenwoordig moet ik ’s ochtends naast de houten poppen, de twee tafeltjes met boeken, het schoolbord en de schildersezel ook het kunstwerk ‘schemerlamp aan de snelweg’ van Bram Zielman buitenzetten. En aan dit stukje kunst zit een uitstekend stukje metaal waar ik mijn hoofd tegen stomp. Ik ga hem morgen bellen of het de bedoeling is dat er bloed aan het kunstwerk komt om de vele ongelukken die er op de snelweg gebeuren te symboliseren. Als ik later aan de koffie zit, terwijl ik met een stuk keukenrol het wondje probeer te stelpen, verkoop ik 2 kaartjes. Dat is voorlopig ook het laatste dat ik verkoop.

Anderhalf uur later komt er een jong stel binnen waarvan de jongen meteen op me afstapt en vraagt waar de boeken over de architectuur van de Friese kerken staan. Ik wijs hem de plank met de architectuurboeken en de kast met de boeken over Friesland. Daar staan wel wat boeken over kerken tussen. Vijf minuten later laat hij zijn vriendin triomfantelijk een boek over oude Friese kerken zien. Dit bedoelde ik, roept hij naar mij. En daarna, heeft u zich gestoten? Alles voor de kunst, zeg ik.

Een mevrouw die al een kwartier in de Rode Loper rondscharrelt heeft in de filosofiekast een boek gevonden. ‘De erfenis van de Utopie’ van de filosoof Hans Achterhuis. Ze legt het boek op mijn tafel en zegt dat ze nog even verder wil kijken. Ik lees vrijwel nooit filosofieboeken dus kijk ik even op de achterflap waar het overgaat. De schrijver laat ons zien hoe ambivalent de utopische gedachte is en dat we het grote verhaal van de utopie misschien los moeten laten.

Waarom gaat u dit lezen, vraag ik aan een man die het boek ‘De kleine moeder van Bergen-Belsen’ van Hetty Werkendam koopt. Het is het waargebeurde verhaal van een 14-iarig meisje dat terechtkomt in het beruchte concentratiekamp. Ik vind dit interessant, zegt de man. En dan denkt u vanavond de hele avond dat zoiets nooit meer mag voorkomen? Zoiets, antwoordt hij, Dan wens ik u nog een gezellige avond met dit boek, zeg ik.

Nu zit ik hier met een gebroken geweertje op de revers oorlogsboeken te verkopen, denk ik. Ik, de grootste antimilitarist van de stad. Zal ik de boeken weghalen? Ik voel me er niet zo fijn bij. Aan de andere kant, iedeeren moet toch ook de boeken kunnen kopen die hij of zij wil. Ik laat ze maar liggen.

Een man koopt een mooi fotoboek van Eddy Posthuma de Boer. Het boek ligt al een ruime tijd op een prominente plek op tafel en ik snap niet dat het niet verkocht werd. Maar nu wil iemand het kopen. Een schitterend boek, zeg ik tegen de koper. Ja, antwoordt die en dan is het gesprek afgelopen.

Zelfs in Antwerpen is deze winkel bekend als de boekhandel waar je ook een glaasje wijn kunt drinken, zeg ik tegen Onno, de wijnschrijver van de Volkskrant. We kennen elkaar van een aantal jaren geleden. Hij heeft een lezing gegeven en komt toevallig binnenlopen. Voor een boekwinkel is dit een acceptabele wijn, beoordeelt hij het glas dat ik hem en zijn vrouw inschenk. In dat geval neem ik zelf ook maar een glaasje, zeg ik. Ondertussen verkoop ik nog het boek, ‘Kerngedachten van de antroposofie’ van Rudolf Steiner.

Het was toch weer een leuke dag, denk ik als ik thuis voor de spiegel sta en de gevolgen van mijn aanvaring met de Snelwegschemerland bekijk.

Klaas Kasma, beginnend boekverkoper in boekenpassage De Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag geopend.

Privacy-instellingen

Externe media

Video’s, audiospelers, kaarten en donatieformulieren kunnen gegevens delen met de genoemde externe aanbieder. Ze worden standaard pas geladen nadat je daarvoor kiest.

Lees de privacyverklaring