De Teletubbies spelen in het Leeuwarder groen

De Teletubbies spelen in het Leeuwarder groen

DOOR ANDRÉ KEIKES

Als je eind jaren negentig bent opgegroeid, heb je ongetwijfeld een flinke smak Teletubbies te verwerken gekregen. Die felgekleurde wezentjes met een antenne op hun kop, levend in een felgroen heuvellandschapje met windmolentjes en een kraaiend babyzonnetje in de lucht. Zoiets doet wat met je. De kijkertjes van toen, zijn nu soort van volwassen en bepalen dus hoe onze bebouwde omgeving er uit gaat zien. Artist impressions, bijvoorbeeld van de nieuwe Nieuwestad, getuigen er ook van: iedereen is mooi en blij tussen de gifgroene grasveldjes en gehoorzame boompjes.

Al vele maanden, misschien wel een half jaar, of nog langer, werkt de gemeente aan een grasveldje bij de Beurs. Praat me niet van tegel wippen, zulke sprieten liggen er niet zo maar. Er rijden grote machines af en aan, ze graven diep en slepen met buizen en zware, stenen bielzen, er staan hekken, er lopen fluorescerende mannen met helmen heen en weer. Natuurlijk hangen er ook promodoeken aan de hekken. Met de blije tekst dat we hier straks tussen de bomen zullen lopen. Ha ha. Ja, ja.

Het hangt er natuurlijk wel vanaf wat je onder boom verstaat. Zoals een Rus lacht om wat wij winter noemen, zo lachen ze al in Appelscha om wat wij hier in Leeuwarden boom noemen. Onze bomen, net als in andere Nederlandse steden, zijn óf (stok)oud, karaktervol en eerbiedwaardig, maar dat is een marginaal geworden, uitstervende soort, óf een vorm van straatmeubilair.

Van de laatste soort worden naar believen stukken afgezaagd of ze worden, zoals onlangs in de Huizumerlaan, bij honderden tegelijk gekapt ten behoeve van de altijd lieve, milieuvriendelijke fietser. Ze staan vaak ook zo dicht bij elkaar dat ze met geen mogelijkheid ooit nog karaktervol en eerbiedwaardig zouden kunnen worden. Kijk maar eens op de gerenoveerde Grote Markt in Groningen. Daar staan ze vernederend dicht in rijtjes, naast hun hedendaagse soortgenoten, de lantaarnpalen, strakke, stalen bankjes en zwarte stenen bielzen. Dood materiaal in de ogen van de ‘stadsontwikkelaars’.

Bij het Leeuwarder Beursgebouw wordt het niet veel anders. Een neplandschapje, waar alleen de Teletubbiekindjes van weleer van kunnen denken dat het heuse natúúr is. ‘Lopen tussen de bomen’, tja. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat er voor de Beurs een echt plantsoen lag. Met veel meer gras en veel meer en veel echtere bomen dan er nu ‘gerealiseerd’ worden. Je kon er doorheen lopen of fietsen. Desgewenst kon je er zelfs even verpozen. Als de aanleg toen even lang zou hebben geduurd als het nieuwe grasveldje met de Teletubbieboompjes van nu, dan zou je, gelet op de omvang, wel moeten denken aan zeker tien jaar. Toch zal dat niet zo geweest zijn. Tegelwippen konden ze toen in een handomdraai.

Op zich niets tegen vergroening natuurlijk, laat dat vooral duidelijk zijn, alleen zijn de hedendaagse uitkomsten vaak zo iel en steriel. Waren artist impressions ooit bedoeld als een globale indruk van hoe iets worden zou, tegenwoordig moet het er echt 100 procent zo uit gaan zien. En dat merk je als alles klaar is. Alleen willen de  hangjongeren, daklozen, fietsparkeerders, het zwerfvuil, en de seizoenen zich nog niet aanpassen aan de wetten van Tinky Winky, Dipsy, Laa-Laa en Po. Duidelijk een gevalletje van O-oh!

De bouwsels van Arcadia op het Oldehoofsterkerkhof, door een koopman op de vrijdagmarkt omschreven als ‘dat hout’, ademen ook al zo’n Teletubbiesfeer. Allemaal ongeverfde balken, potjes met lieve bloemetjes en panelen met leerzame weetjes. De maakbare samenleving is niet dood, zij leeft.

Toch schemert tussen al die groene grasjes, gele en rode bloemetjes, de als gekortwiekte eenden gesnoeide boompjes, gewoon de stad die het altijd was. Waarin mensen leven die moeten doen wat nu eenmaal bij het gewone leven hoort. Je kunt wel de indruk willen wekken dat er een Nieuwe Tijd aankomt, met een Nieuwe Mensch, maar ook dat is van alle tijden. De Teletubbies zouden roepen: Nogkeer, Nogkeer. Cass Elliot van de vroegere folkgroep The Mamas and the Papas, zong al in 1970 beloftevol haar New World Coming, maar overleed vier jaar later op 32-jarige leeftijd aan een hartaanval. Terwijl haar generatiegenoten, de idealistische bloemenkinderen van de sixties, nu worden weggezet als verachtelijke babyboomers. Waar je al niet aan kunt denken, daar in de nieuwe, groene landerijen bij de Beurs.