Fong Yeh: Hebben we genoeg eters voor zoveel restaurants?

Ook deze zomer weer enkele prachtige verhalen opgediept uit ons archief, juli 2017

‘Zouden er voor al die nieuwe restaurants in Leeuwarden voldoende eters zijn?’ De vraag stellen is hem beantwoorden. Fong Yeh en zijn vrouw Li-Ya kennen inmiddels het klappen van de zweep in de Leeuwarder horeca. In 2013 gooiden de voormalige effectenhandelaar en de ICT-specialiste het roer om van het klassieke Chinees-indisch restaurant Sin Jah aan de Schrans. ‘Het was midden in de crisis een gok die goed uitpakte.’

Niet dat Fong Yeh bang is voor concurrentie, integendeel. Het houdt hem scherp, maar of Leeuwarden er goed aan doet om alle leegstaande panden in de binnenstad in principe geschikt te maken voor horeca wekt bij hem verwondering op. ‘Mij is ook gevraagd om deel te nemen in nieuwe horecaconcepten. Ik werd gepolst om een nieuw horecabedrijf te beginnen in het voormalige kantoorgebouw van Aegon bij het station, maar heb daar vanaf gezien.’

Yeh somt moeiteloos de panden op waarvoor horecaplannen bestaan. Grote ketens als Happy Italy zouden zich willen vestigen in een eventueel nieuw te bouwen Cambuurstadion. Andere horecaconcepten zullen er mogelijk verschijnen op de Nieuwestad (naast Fire, Roast en Kwast). Aan het Zaailand worden caféplannen uitgebroed voor het voormalige kantoorpand van waterleiding. En ook in het vermaarde restaurant De Vrouwenpoort zit straks een andere groep eters. En snelle optelsom leert dat er maar liefst zo’n 2000 restaurantstoelen bijkomen. ‘Nogmaals, ik weet niet of dit verstandig is. Ik vraag mij af of over het horecabeleid wel goed is nagedacht. Tijdens mijn studie bedrijfskunde aan de RUG in Groningen heb ik even geroken aan de politieke partij GroenLinks. Ze spraken over fietsvoorzieningen en -routes waarbij ik mij afvroeg of ze er wel voldoende inzicht in hadden. Dat heb ik nu ook met het horecabeleid in Leeuwarden. Ik zie veel versnippering terwijl een plein als het Wilhelminaplein toch vol zou moeten staan met terrassen? Dat zou een tweede Vrijthof kunnen zijn. We zullen zien.’

Het enige antwoord dat Fong Yeh hierop heeft is het bieden van kwaliteit. ‘Met onze vrienden uit Amsterdam, waar we voor we ons hier vestigden jarenlang woonden, hebben we nog regelmatig contact. Dan bespreken we ook de horeca en de trends die in de randstad aan de orde zijn. Binnenkort wijzigen we weer onze kaart. Gevulde Bapao’s en uit Hawaii overgewaaide Pokeball (een sushisalade) zullen hier zeker op te vinden zijn. We presenteren daarnaast drie soorten zoete aardappelen, één met Maple Sirup. Ook hebben we een redelijk uitgebreide vegetarische kaart.’

De nieuwe kaart is één ding, maar de rest is zeker zo belangrijk. Fong Yeh: ‘Wij investeren veel in coaching van ons personeel. Dat moet ook wel met 48 parttimers en 12 vaste krachten. We organiseren wijncursussen en koffiecursussen voor ons personeel en betrekken hen bij de ontwikkeling van nieuwe gerechten. Die laten we ze proeven en beoordelen. Je streeft ernaar om van je personeel een continue feedback te krijgen. Daarnaast begeleiden we onze personeelsleden in alle onderdelen van het vak: inruimen, afruimen, schoonhouden. Maar ook hoe benader je gasten en je geeft ze informatie hoe te adviseren over de gerechten en ingrediënten. Met zo’n bedrijf ben je eigenlijk met alles bezig. Van het plaatsen van de stoelen tot en met de kaarsen op tafel.’

‘Nee, heimwee naar mijn vak als effectenmakelaar bij Van der Molen heb ik niet echt. Toen dat gerenommeerde bedrijf onderuit ging is de helft van mijn collega’s naar de banken vertrokken en de andere helft is voor zichzelf begonnen. Voor een aantal is dat niet een slechte keuze geweest. Dat zeg ik niet uit jaloezie. Waar ik wel heimwee naar heb is de tijd dat je om zes uur klaar was en het werk niet mee naar huis nam. Het werk in een restaurant als het onze houdt nooit op. Eigenlijk had ik vandaag vrij, maar heb toch weer vijf afspraken. Een installateur heeft vanmorgen de afzuiginstallatie gereinigd, er is een wc verstopt en een lamp van de Citroën is kapot. Mijn vader had daar vroeger een mannetje voor die iedere dag ’toevallig’ even langskwam. Er was voor hem altijd wel wat te doen.’ Maar een weekendje vrij, zit dat er niet in? ‘Soms. Het is lastig om weg te zijn. De zaak loopt altijd soepeler wanneer ik of mijn vrouw hier aanwezig zijn.’