Foto: Liwwadders
Boekenpassage De Rode Loper, 3 januari
Als mijn eerste klant van vandaag blij de deur uitloopt zit ik een poosje in gedachten verzonken achter mijn eerste kopje espresso. De jongen vroeg om een boek over Gysbert Japicx, de in 1603 geboren Friese dichter, schrijver en ook nog schoolmeester geloof ik, uit Bolsward. Voor mij is hij om twee dingen bekend: de Friese literatuurprijs die regelmatig wordt toegekend en omdat het laatste boek dat mijn vader las ‘Om Gysbert Japicx hinne’ was voordat hij in 1996 overleed. Waar het boek gebleven is weet ik niet. Waarschijnlijk heeft de opkoper, die de ongeveer 1000 boeken met veel socialistische lectuur van voor de Tweede Wereldoorlog die mijn vader verzamelde, het meegenomen. Voor de jongen vond ik nog een ander boek over deze Friese beroemdheid. Hij had het voor zijn studie nodig.
Daarna verkoop ik al weer een boek van een literaire grootheid. ‘Lof der Simpelheid’ van Gerrit Komrij. Wat een kwaliteitsboekhandel is de Boekenpassage toch, denk ik. Alhoewel, één van de uitspraken van Komrij is: ‘Zij die geen weet hebben van een boek zijn waarschijnlijk onze enige redding’. En een andere: ‘Intellectuelen zijn prachtig, maar we hebben alles te danken aan middelmatigheid’.
Maar over die middelmatigheid hoef ik als beginnend boekverkoper niet in te zitten. Hierna verkoop ik detectives uit de 2- eurobak.
Een meisje koopt het boek ‘Voorbeeldige vrouwen’ van de schrijfster Almudena Grandes. Zijn alle vrouwen zo als in dit boek, vraag ik het meisje dat het boek wil afrekenen. Ik ken niet zoveel vrouwen, dus ik weet het niet. Maar toen ik het boek in de kast zette heb ik het even doorgebladerd. De verhalen gaan volgens mij alleen over vrouwen die de strijd aangaan met minnaars, moeders, rivalen en met elkaar. Zo ben jij vast niet. Alle vrouwen zijn zo, ik ook, zegt het meisje. Dan dank ik god op mijn blote knieën dat ik met een rode ex kater samenwoon, zeg ik. Je weet niet wat je mist, krijg ik als antwoord. Nou ik heb de zachte kantjes van vrouwen ook af en toe wel meegemaakt, zeg ik.
Een man koopt een boek van het stapeltje Dan Brown, ‘Het verloren symbool’ dat op tafel ligt. Weer een avontuur in de duistere krochten van de vrijmetselarij, zeg ik tegen de man. Ik vind dat wel interessant, zegt hij. Het heeft iets mystieks.
Dit soort clubjes doen mij altijd denken aan kleine jongetjes die denken dat hun verkleedspelletjes serieus zijn. Ik heb vrienden die bij de vrijmetselarij zitten, zegt de man. En jij mocht niet meespelen en daarom ga je maar een boek van Dan Brown kopen. Die mocht ook niet meespelen met zo’n clubje denk ik. Maar hij heeft er wel goed mee geboerd. Ik lees deze boeken omdat ik ze heel spannend vind, zegt de man wat lachend omdat hij niet weet of ik een grapje maak of niet. Daar heb je gelijk in, zeg ik. Daarom lees ik ze ook.
Er liggen ergens nog een paar boeken over Donald Trump, zeg ik tegen een meisje. Wil je die er gratis bij hebben? Ze heeft net het boek ‘Te veel en nooit genoeg’, van Mary L. Trump op mijn tafel gelegd. Mary is een nichtje van de huidige Amerikaanse president. Ze is opgegroeid op het landgoed van haar grootouders waar ook Donald Trump is opgegroeid. In het boek verhaalt ze hoe de familiepatronen en de schadelijke relatie met zijn vader toen die Alzheimer kreeg, van president Trump een beschadigde persoon hebben gemaakt. Nee hoor, dat hoeft niet, reageert het meisje op mijn aanbod. Dan zit er voor mij niets anders op dan dat ik ze morgen op straat ritueel ga verbranden, zeg ik. Het lijkt haar een fantastisch idee. Hoe laat is dat, vraagt ze nog.
Deze had mijn vader ook in de kast, denk ik als ik het laatste boek van vandaag verkoop. Het is ‘De grote verwildering’ van A. den Doolaard. Het is het verhaal van Jacques Balmat, de man die als eerste in 1786 de Mont Blanc beklom. Raar dat mijn vader dat boek gekocht heeft, denk ik als ik naar huis loop. Hij is zelf nooit in het buitenland geweest om avonturen te beleven. Zou ik hem niet zo goed gekend hebben?
Klaas Kasma, beginnend boekverkoper in boekenpassage De Rode Loper in de Sint Jacobsstraat. Iedere dag, ook met sneeuw, geopend.



